ti guarda dal Grande Inquisitor

Hertog Blauwbaards burcht in Antwerpen [terug]

Opmerkingen ...

3

van Stefan Caprasse <stefan.caprasse@...> op maandag 20 maart 2017 om 10:29

Heel mooie recentie. Het was inderdaad een gedenkwaardige avond. Eigenlijk was het een bijna volwaardige scenische opvoering, op menselijke en vaak humoristische manier gebracht (iets wat men met de Penelope van Faure ook beter iets meer had gedaan - wat niet uitsluit dat ook dat een indrukwekkende uitvoering was...). Naast alle reeds vermelde details ook vermelden dat de vrijers op een gegeven moment opkomen in T-shirts "Make Ithaka great again". En inderdaad een grootse bezetting gedomineerd door de indrukwekkende Odysseus van Stéphane Degout en de menselijke Penelope van Katarina Bradic. Werkelijk Margo, zeker in deze omstandigheden zoudt ge Monteverdi eens moeten proberen. Het is echt lang niet zo monotoon als ge denkt!

2

van Dirk Vandepitte <dirk.vandepitte@...> op vrijdag 17 maart 2017 om 20:02

Ik heb gisteren de tweede opvoering bijgewoond van Il ritorno d’Ulisse in patria in het Klara-festival in Bozar. Het werk dateert van 1640 en het is dus één van de oudste opera’s die we kennen.
De dirigent was René Jacobs die op basis van de (enige ?) nog bestaande partituur een eigen bewerking heeft gemaakt die echter getrouw moet zijn aan wat Monteverdi vier eeuwen geleden heeft geschreven. In de bestaande partituur zijn er een proloog en drie akten, maar Jacobs heeft een paar delen geschrapt en andere muziek van Monteverdi toegevoegd. In zijn uitvoering zijn er weer een proloog en vijf akten. Het totaal staat voor 2uur en 40minuten muziek, met een versterkt maar toch nog steeds klein orkest van 23 leden, in een concertante uitvoering, met een klein legertje aan goddelijke, koninklijke en menselijke solisten.
Dit zou een aankondiging kunnen zijn voor een avond van lange, muffe, monotone, Monteverdiaanse lamentaties. Ik raad dat onze inquisiteur deze beker aan zich heeft willen laten voorbijgaan ... maar hij zal het zich eeuwig beklagen ! Het is een frisse, gevarieerde en boeiende vertoning geworden. De proloog kwam een beetje langzaam op gang, waarin de goden met de mensen spotten, maar zodra de handelingen echt beginnen was ik al gauw helemaal gepakt en het heeft me niet meer losgelaten, met een hoge muzikale én dramatische kwaliteit.
Hoewel een concertante vorm was aangekondigd moest deze opvoering niet onderdoen voor een scenische vertoning, wel integendeel. Het kleine orkest dat in twee groepjes links en rechts van de dirigent staat opgesteld bezet maar een stukje van het podium van Bozar en de solisten gebruiken het vrije deel helemaal, enkele goden duiken zelfs op op de beide hoge zijbalkons. Behalve een klein tafeltje waarop Pénélope met een ganzenveer zit te schrijven is er geen enkel decorstuk, en de solisten hebben dus alle ruimte om zich te verplaatsen. Ze gebruiken alle deuren en Iro verschijnt zelfs tussen het publiek in de zaal. Verder is er nog één belangrijk attribuut, de boog van Ulisse, die hier helemaal de plaats krijgt die ze in het werk verdient. De solisten betrekken zelfs de orkestleden in de handeling: wanneer de aanbidders pogingen ondernemen om de boog van Ulisse te spannen zoekt de helft van het orkest dekking achter hun pupiters of hun instrumenten, en bij de laatste poging wappert één van de “belaagde” blazers zelfs een witte zakdoek ten teken van overgave. Kortom, de handelingen gebeuren echt, op een eenvoudige en ongekunstelde manier.
René Jacobs heeft een mooie bezetting bij elkaar gebracht, met niet minder dan 13 goede tot zeer goede solisten. Voor mij waren naast Katarina Bradi&#263; die in de rol van Pénélope vooral klagerige recitatieven heeft ook de jonge Pierre Derhet als Eurimaco en Thomas Walker als Eumete de meest opvallende vertolkers. Enkel Jérôme Varnier zong als diepe bas in de rol van Nettuno van het blad. De ster van de opvoering is echter Stéphane Degout die alles en iedereen overdondert. Al was de zaal vijf keer groter, hij vult ze nog zonder moeite.
Deze scenisch/concertante combinatie maakt alles goed zichtbaar. Wanneer de solisten terzijde staan of zitten, lijken ze zelfs deel te nemen aan de actie. Ze leven in elk geval heel de tijd mee. Het is me bijzonder opgevallen met welk kennelijk plezier ze daar op scène waren. Ook de orkestleden leefden zich volop uit, nu ze zo dicht in de actie werden betrokken.
Vorige maand hebben we in dezelfde zaal hetzelfde verhaal gezien en toen vooral gehoord, in de versie van Gabriel Fauré, die me toen helaas niet kon beroeren. Wat een verschil met de opvoering van gisteren ! Om de leuze van een Vlaamse stad te plagiëren: Monteverdi is eeuwenoud, maar springlevend, zeker als René Jacobs op de bok staat.

1

van Stefan Caprasse <stefan.caprasse@...> op maandag 13 maart 2017 om 12:44

Inderdaad, heel passionele Judith, heel menselijke Blauwbaard, prachtig klinkend orkest. Goed idee ook van voor de orkestuitbarsting bij de 5de deur een deel van de kopers boven op het zijbalkon te plaatsen.

Een indrukwekkende avond!

Naam
E-mail
Wie componeerde Jenufa ?
(enkel achternaam, zonder eventuele accenten)
Antwoord