Il Grand' Inquisitor

Alcina in Parijs

Een paar weken geleden, ging een nieuwe productie van Alcina in première in Wenen. Dit was een evenement, aangezien het al een eeuwigheid geleden is dat de Staatsoper nog eens een barokopera gespeeld heeft. Het was ook de eerste keer dat een ander dan het opera-orkest, namelijk Les Musiciens du Louvre-Grenoble, in de orkestbak zat. Gisteren bracht Marc Minkowski de hele Weense bezetting naar het Théâtre des Champs-Elysées voor een concertante opvoering.

illustratie
Kasarova en Harteros in de Wiener Staatsoper

Ik had niet gedacht dat ik dit ooit over Minkowski zou schrijven... maar ik vond dat hij vaak een té trage lezing gaf. Vooral de aria's van Ruggiero en Morgana hadden hieronder te lijden.

In het geval van de Morgana zou dat gevoel van traagheid ook aan de zangeres kunnen liggen. Er is weliswaar weinig aan te merken aan Veronica Cangemi, tenzij de wat voorzichtige uitvoering van haar openingsaria "O s'apre il riso", maar ze slaagt er niet in om enige emotie over te brengen. "Credete al mio dolor" (de aria met de prachtige cello-begeleiding) was slaapverwekkend, en zelfs haar spektakelaria "Tornami al vagheggiar" kon mijn bloed niet sneller laten stromen. Hetzelfde geldt voor Kristina Hammarström, die een brave, weinig bevlogen Bradamante zong.

Bevlogenheid kan niet verweten worden aan Vesselina Kasarova. Een tiental jaren geleden, was ze niet weg te branden uit het operanieuws, maar de laatste jaren is ze wat van mijn radar vergeten. De vorige keer dat ik haar in een opera hoorde, was trouwens in de Parijse Carsen-productie van Alcina. Haar androgyne klank maakt Kasarova ideaal voor de castraatpartij van Ruggiero. De vocale kleuren die ze gebruikt, zijn onbeschrijfelijk, in die mate dat het soms te veel wordt. Ze lijkt wel een wandelende kleurboek die elk woord een andere tint wil geven. Het komt soms gemaniëreerd over, maar het is niet dat wat me het meest stoorde. Het was vooral haar visuele vertolking vol gekkebekkentrekkerij, hinderlijke armbewegingen en heupbewegingen alsof ze op het punt staat om te bevallen die me dwongen om regelmatig de ogen te sluiten.

Anja Harteros is totaal het tegenovergestelde. Ze straalt rust en elegantie uit, en is in elk opzicht een perfecte Alcina. Ze had trouwens ook haar kostuum uit Wenen meegebracht. Ik denk dat Alcina de enige barokrol is die Harteros in haar repertoire heeft, een repertoire dat vooral uit Wagner- en Verdi-rollen bestaat. Het is schitterend om zo'n stem met die autoriteit in deze rol te horen. Op geen enkel moment komt ze een probleem tegen. Ze heeft de zelfverzekerde laagte van een mezzo-sopraan en tegelijkertijd ook de hoogte van een sopraan, waarmee ze zowel dramatisch kan uithalen als verfijnd een noot uit de lucht kan plukken op een manier waar een Morgana jaloers van zou kunnen worden. Het zijn dan ook aria's als "Ah, mio cor, schernito sei" of "Ombra pallide" die voor mij de absolute hoogtepunten van de avond waren.

De mannen hebben in Alcina een tweederangsrol, maar ze waren wel uitstekend bezet. Luca Tittoto zong als Melisso "Pensa a chi geme" met een mooi gecultiveerde stem. Benjamin Bruns was Oronte en kon overuigen met het bekende "Un momento di contento". De rol van Oberto was bezet met een lid van de Wiener Sängerknaben. Shintaro Nakajima stal ieders hart met zijn drie aria's.

Publicatie: dinsdag 30 november 2010 @ 10:18
Rubriek: Opera