Il Grand' Inquisitor

Cherubini Requiem in de Munt

Operafans zullen Luigi Cherubini vooral kennen van zijn Médée / Medea. Hij heeft echter ook veel religieuze muziek geschreven, waaronder twee Requiems. Zijn tweede Requiem, daterend van 1836, werd gisteren opgevoerd in de Munt.

Het eerste dat opvalt aan dit Requiem is dat er geen vocale solisten optreden en dat alle teksten door een mannenkoor gezongen worden. De orkestratie is ook vaak origineel. Het eerste deel, "Requiem", wordt bijvoorbeeld volledig begeleid door de lage strijkers aangevuld met de fagotten. In het "Offertorium" zitten passages waar het omgekeerde gebeurt met etherische violen en fluiten. Het "Dies irea" is monumentaal Italiaans, en zet de lijn uit die later door Verdi in zijn Requiem gevolgd werd. In contrast daarmee staat een onbegeleid "Pie Jesu". Dat was ook een van de delen waarin het Mannenkoor van de Munt het meest schitterde. In andere delen - zoals het "Requiem" - vond ik ze weinig homogeen klinken.

In de eerste helft van het concert stonden werken van Mozart op het programma. Eén van Mozarts laatste werken is zijn Freimauer-Kantate op een tekst van Schikaneder, en is ook voor mannenkoor, aangevuld met een Tamino-tenor en Sarastro-bas. De bas Giovanni Battista Parodi kon me maar matig overtuigen, zijn rol is trouwens ook heel beperkt. Jeremy Ovenden was daarentegen schitterend, zowel in zijn kraakheldere dictie als zijn kleurrijke expressie en verzorgde zanglijn. Later kwam hij nog even terug om de Mozart-concertaria "Misero, o sogno... Aura, che intorno spiri" te zingen. Het is een aria die me aan Cosi doet denken en die Ovenden met dezelfde inzet en dramatische inleving vertolkte.

Alles bij elkaar was dit een geslaagd concert met een paar weinig uitgevoerde werken, dat volgende zaterdag nog eens herhaald wordt.

Publicatie: donderdag 11 november 2010 @ 10:17
Rubriek: Oratorium