Il Grand' Inquisitor

Les vêpres siciliennes in Amsterdam

Van alle opera's die Verdi na "de populaire drie" gecomponeerd heeft, is Les vêpres siciliennes (of zijn Italiaanse vertaling) de minst opgevoerde, ondanks een ouverture die regelmatig op concerten weerklinkt en twee bekende aria's. Als een operahuis dan toch beslist om deze opera eens op te voeren, en dan nog in de Franse versie, heb ik niet veel andere redenen nodig om af te reizen naar Amsterdam. Zelfs als de productie van Christof Loy is en zelfs als de bezetting mij niet meteen deed watertanden, afgezien van Paolo Carignani die als Verdi-dirigent wel zijn sporen al verdiend heeft.

illustratie

Visueel is dit een Ikea- en C&A-productie. De decorontwerper Johannes Leiacker heeft een paar dozijn stoelen gekocht en die in U-vorm op het podium gezet, soms tegen een zwarte, soms tegen een witte wand. De kostuumontwerper Ursula Renzenbrink heeft er zich ook gemakkelijk vanaf gemaakt met wat smokings voor de Franse bezetters en dagelijkse kledij voor de Sicilianen, enkel Montfort mag zich even verkleden als Franse koning.

Christof Loy doet een aantal discutabele ingrepen. Hij begint de opera bijvoorbeeld meteen met het openingskoor, de ouverture plaatst hij tussen het eerste en tweede bedrijf. Er bestaan historische opnames uit de Met waar ze in Forza de ouverture ook na de eerste scène spelen, maar toen was dat omwille van praktische redenen om het decor omgebouwd te krijgen. Hier is dat absoluut niet het geval. De enige reden die ik kan bedenken, is dat hij zo wat tijd wil creëren tussen het eerste en tweede bedrijf, dat zich volgens zijn synopsis "enkele weken later" afspeelt.

Ik wist niet dat Loy zo'n belang hecht aan eenheid van tijd... maar dat vloekt dan compleet met zijn visie op Hélènes Sicilienne (of Bolero, zoals de aria bekend staat) "Merci, jeunes amies". Hélène bereidt zich voor op haar huwelijk met Henri, maar om een of andere reden geraakt ze tijdens die aria zwanger, en baart ze op het einde van de aria een kind. Het wordt helemaal knettergek als Henri in zijn daaropvolgende aria "La brise souffle au loin" het podium opkomt met een kinderwagen en de aria als een operette-melodie zingt. Ook de finale van het derde bedrijf had Loy al in pure Offenbach-stijl laten eindigen.

Maar het grootste probleem had ik met het slot. De opera gaat over de opstand van de Sicilianen tegen de Franse bezetters. Als de klokken luiden voor de vespers, is dat het signaal om alle Fransen uit te moorden, wat tevens het slot van de opera is. Maar hier stort de meute zich enkel op Guy de Monfort, waardoor deze "grand-opéra" op een anti-climax eindigt.

Wat ik wel leuk vond aan deze voorstelling is het feit dat ze het ballet behouden hebben. Loy heeft duidelijk zijn mosterd bij Konwitschny gehaald. Tijdens het ballet beelden vijf dansers een verhaaltje uit met de jonge Henri, Monfort, Hélène, Frédéric (de dode broer van Hélène) en hun moeder... waarin alles goed afloopt.

De bezetting was niet fameus. Zo ongeveer alle rollen zijn onderbezet. Enkel Burkhard Fritz heeft min of meer de stem voor Henri. Barbara Haveman is niet de spinto die voor deze rol nodig is. Haar duet met Henri in het vierde bedrijf was wel overtuigend. Voor de rest klinkt haar laag register te gemaakt en bij "Merci, jeunes amies" leek ze constant achter het orkest aan te hollen. Alejandro Marco-Buhrmester heeft een mooi geluid, maar heeft niet genoeg "beet" om van Guy de Montfort een stevige Verdi-bariton te maken. Balint Szabo zong als Procida wel een mooie "Et toi, Palerme".

Publicatie: maandag 27 september 2010 @ 0:06
Rubriek: Opera