Il Grand' Inquisitor

Pelléas et Mélisande in Parijs

In 1902 ging Pelléas et Mélisande in première in de Opéra Comique. De versie die toen opgevoerd werd, is nu weer te horen in Salle Favart in een productie van Stéphane Braunschweig. De keuze van deze "oerversie" zal waarschijnlijk de verantwoordelijkheid van dirigent John Eliot Gardiner geweest zijn.

Nu, eerlijk gezegd, ik wist niet dat er verschillende versies van Debussy's opera bestonden. Maar anderzijds zijn de verschillen met de definitieve versie nu ook niet weer wereldschokkend. In de gangen van de Opéra Comique zijn kopies tentoongesteld van de oorspronkelijke gedrukte versie met aanpassingen in het handschrift van Debussy. En dan gaat het over het schrappen van hier en daar een maat van een of ander instrument, of het verdubbelen van een paar akkoorden in bijvoorbeeld de klarinetpartij. Ze zijn dus zeker niet van de dimensies als bijvoorbeeld de verschillende Tannhäusers in de versies van Dresden en Parijs of de versie van Simon Boccanegra nadat Boito en Verdi er hun tanden ingezet hebben.

illustratie

Hoe dan ook, de orkestpartituur klonk wel heel anders dan wat ik gewoon was. En ook dit is ongetwijfeld de verantwoordelijkheid van Gardiner. Hij zoekt en vindt allerlei nieuwe kleuren in het Orchestre Révolutionnaire et Romantique. De orkestklank is onverwacht modern, het lijkt wel alsof alle romantische invloeden genegeerd werden. Ik hoor eerder een brug naar het klankidioom van de tweede Weense school. En ik moest zelfs - alhoewel dat anachronistische onzin is - soms aan Bernstein denken. Orkestraal vond ik het in alle geval een heel spannende uitvoering.

Gardiner lijkt ook de zangstijl van de zangers onder controle te houden. Van de eerste tot de laatste zanger leunen ze sterk aan bij de spreektaal. Dit is uiteraard ingebakken in de partituur van Debussy, maar het sluit ook aan bij Gardiners on-romantische interpretatie en zijn visie op Pelléas et Mélisande als de anti-opera. Dat betekent echter niet dat er niet goed gezongen wordt.

Karen Vourc'h is een jeugdige Mélisande, die me vocaal aan Patricia Petibon doet denken. De jonge bariton Phillip Addis heeft een gemakkelijke hoogte en lijkt daarmee de ideale Pelléas, maar op de iets dramatische momenten valt hij toch wat licht uit. Marc Barrard heeft ook al Golaud gezongen in Luik, waar ik hem eigenlijk iets beter vond dan gisteren in Parijs. Met Nathalie Stutzmann kregen we een luxe-bezetting voor Geneviève.

Braunschweig heeft een visueel verzorgde productie gemaakt, die geen visie opdringt aan de toeschouwer. Hij geeft alle vrijheid aan de fantasie van het publiek om de essentiële vragen te beantwoorden... was er nu echt iets tussen Mélisande en Pelléas of niet. Het scènebeeld bestaat uit een rustgevend houten decor: een planken vloer en wanden met houten luiken zorgen voor een koloniaal tintje. Samen met de belichting wordt zo een sfeervolle omgeving gecreëerd. De kostuums zien er ook 19de-eeuws uit, maar een aantal medische attributen - de baxter naast het bed van Golaud als hij van zijn paard gevallen is, of de couveuse waarin Mélisandes kindje ligt in de laatste scène - zorgen voor een moderne toets.

Tenslotte was het ook tropisch warm in Parijs dit weekend. Het was dan ook drukkend warm in de Salle Favart... maar ze waren zo vriendelijk om aan iedereen waaiers ter beschikking te stellen. Ik vond de Opéra Comique al met voorsprong het meest sympathieke operahuis van Parijs en ze zijn nu nog wat in mijn achting gestegen.

Publicatie: maandag 28 juni 2010 @ 18:42
Rubriek: Opera