Il Grand' Inquisitor

Die Walküre in Parijs

Het tweede deel van de Ring-cyclus, die door muziekdirecteur Philippe Jordan en regisseur Günter Krämer opgebouwd wordt, is een van de slotproducties van het Parijse operaseizoen. Die Walküre gaat verder in dezelfde stijl als Das Rheingold. Het is een enscenering die niet wil choqueren, niet altijd even boeiend is, maar toch ook een paar mooie beelden oplevert. Op een paar uitzonderingen na, waren de zangers ook maar middelmatig.

illustratie

Het meest teleurstellend was het Wälsungkoppel Robert Dean Smith en Ricarda Merbeth. Door hun zwakke vertolking viel het hele eerste bedrijf zo goed als plat. Er was nooit enige spanning, laat staan elektriciteit, voelbaar tussen Siegmund en Sieglinde. Ricarda Merbeth zingt dan ook nog eens in een totaal onverstaanbaar Duits (zelfs met de boventitels kon ik niet afleiden wat ze zou moeten zingen) met een weinig aantrekkelijk geluid. Ik begrijp niet hoe Robert Dean Smith erin slaagt om Tristan te zingen in Bayreuth, want zelfs Siegmund kan hij amper aan met een absoluut inferieure "Wälse, Wälse" en een slaapverwekkende "Winterstürme". Günther Groissböck bevestigt de indruk die hij als Fafner gemaakt heeft. Zijn stem klinkt mooi, misschien niet zwart genoeg voor Hunding, maar met voldoende "beet" om Siegmund en Sieglinde te overdonderen (wat in dit geval natuurlijk niet moeilijk is).

Thomas Johannes Mayer is een redelijke Wotan, die echter zijn eerste grote monoloog, waarin hij Das Rheingold even samenvat, niet altijd even boeiend kan houden. In zijn confrontatie met Fricka wordt hij zelfs volledig weggezongen door Yvonne Naef, die vorig jaar in New York al bewezen heeft dat ze een schitterende Fricka is. Katarina Dalayman doet het ook goed als Brünnhilde met stevige Hojotoho's en ontroerende smeekbedes aan Wotan om haar niet aan haar lot over te laten.

Günter Krämer legt vooral in het tweede bedrijf de link met Das Rheingold. Het slotbeeld was toen de trap naar Walhalla waar de letters van het woord Germania opgedragen werden. In het begin van het tweede bedrijf zien we ditzelfde beeld weer via een ingenieuze spiegelwand. Hij heeft zelfs een ingeving om op het einde van de Wotan-Fricka-scène de eerste drie letters te laten omduwen door de gefrustreerde Wotan, zodat enkel het woord "mania" overblijft.

Het podium ligt ook bezaaid met Freia's appels. Tijdens de Siegmund-Brünnhilde-scène begint Brünnhilde er een cirkel mee te vormen... het strijdperk waarin Siegmund later tegen Hunding zal moeten vechten ? Een laatste verwijzing naar Das Rheingold is het slot van de opera. Als Brünnhilde inslaapt omringd door vuur, wandelt een zwart gesluierde vrouw statig over het podium. Het is identiek hetzelfde beeld toen Erda Wotan waarschuwde met "Weiche, Wotan, weiche!". Komt ze enkel afscheid nemen van haar dochter, of is dit een bijkomende waarschuwing ?

Er zijn ook beelden die binnen de opera terugkomen. Zo zien we een boomgaard vol bloesems in de achtergrond van de Siegmund-Brünnhilde-scène met daartussen de acht andere Walkuren. Diezelfde bomen zien we terug op Brünnhildes rots... maar nu zijn ze volledig zwart geblakerd, maar de Walkuren staan er nog altijd tussen. Loge is blijkbaar iets te uitbundig geweest met zijn vuurzee.

Tenslotte zou ik nog twee originele scènes willen aanhalen. Tijdens het Vorspiel wordt Siegmunds verhaal uitgebeeld. Een groep mannen en één vrouw worden op beestachtige manier vermoord door de clan van Hunding.

De Walkuren worden voorgesteld als een groep verpleegsters. Tijdens de Walkurenrit zien we een hoop naakte mannen liggen, de gesneuvelde helden die door de Walkuren een voor een gewassen worden en dan met een of ander gebedsritueel terug tot leven gewekt worden. Er was wel één persoon in het publiek die het nodig vond om telkens te applaudisseren als er weer een groepje mannen van het podium wandelde... rare jongens die Parijzenaars.

Publicatie: zondag 27 juni 2010 @ 10:16
Rubriek: Opera