Il Grand' Inquisitor

Yevgenij Onegin in Antwerpen

De tweede aflevering in de Tchaikovsky-cyclus van de Vlaamse Opera is zijn bekendste werk Yevgenij Onegin. Net zoals bij Mazeppa wordt het artistieke team weer aangevoerd door dirigent Dmitri Jurowski en regisseur Tatjana Gürbaca.

illustratie

Een paar maanden geleden, zag ik deze productie in Bremen, die de Tchaikovsky-cyclus co-produceert. Voor de versie in de Vlaamse Opera is hier en daar aan de enscenering gesleuteld... niet altijd in goede zin, vind ik.

In de eerste plaats lijkt ze een aantal potentieel controversiële keuzes geschrapt te hebben. Meest opvallend slachtoffer zijn de twee kinderen die in het huwelijk treden - wat op zich zo gek niet is, gezien Filipjevna's vertelling aan Tatjana - en ook in Tatjana's briefscène/droom voorkomen. Een van die twee kinderen duikt dan plotseling wel op als secondant van Onegin in de duelscène. Zonder zijn voorgeschiedenis te kennen, zegt dat veel minder. Alhoewel ik niet meteen het verschil kan aanduiden, voelt de kersenplukscène ook anders aan en komt ze minder krachtig over.

Een andere wijziging heeft te maken met de plaatsing van de pauze. In Bremen was dat na het duel, in Antwerpen ervoor. Dat is ongetwijfeld omwille van praktische redenen gedaan, maar het gevolg is wel dat Gürbaca iets anders moest bedenken om de scènewisselingen vlot te laten verlopen. Zo heeft ze beslist om de overgang naar de balscène in Sint-Petersburg met een "changement à vue" te laten verlopen. Tijdens het grootste deel van de polonaise moet dan het opbouwen van de nieuwe scène gebeuren, waardoor de militaristische stoet sneuvelt... en de geldophaling voor het Rode Kruis minder cynisch overkomt. Tegelijkertijd wordt nog een ander probleem gecreëerd, omdat de dode Lenski nog op scène ligt. Ze laat dan het koor wat met hun handen wapperen en hij lijkt terug tot leven te komen en wandelt van de scène... een dramatisch zwakke gemakkelijkheidsoplossing.

De meest opvallende scène is nog altijd het verjaardagsfeest van Tatjana, dat zich tegen de achtergrond van een sauna afspeelt... wat ik nog altijd een van de sterkste scènes van de hele productie vind. Maar los daarvan vond ik haar originele ideeën beter en samenhangender dan wat we nu in de Vlaamse Opera te zien krijgen. Ik begrijp dan ook niet waarom ze zo van gedacht veranderd is.

In vergelijking met Bremen was de vocale bezetting in Antwerpen wel een heel stuk beter. De Tatjana was in Bremen zowat de enige goede zangeres, in Antwerpen wordt de rol gezongen door Anna Leese. Ze is een uitmuntende Tatjana met een schitterende stem, die ze goed beheerst, met veel nuances.

Tommi Hakala zingt Onegin redelijk goed met een heel donkere stem. Maar het duurt eigenlijk tot het derde bedrijf tot hij ook een goede Onegin wordt. In de andere twee bedrijven is hij te vrijblijvend en schuwt hij iets te veel het grote (vocale) gebaar. Dat ligt misschien ook aan de enscenering, omdat hij als een halve artiest zoals Lenski voorgesteld wordt, in plaats van een aristocraat uit de grote stad die een groot landgoed geërfd heeft.

Ten slotte zijn er nog twee zangers, die zich dit seizoen hebben kunnen opwarmen in kleinere rollen. Olga is nog altijd geen supergrote rol, maar toch één waarin de mooie mezzo van Katarina Bradic al wat meer kan opvallen.

Lenski is daarentegen wel een grote rol, inclusief een grote monoloog. Thorsten Büttner hebben we al gehoord in rolletjes als Andres of Graaf Lerma, maar als Lenski maakt hij een heel goede indruk. "Kuda, kuda" is intelligent opgebouwd en gezongen met een heldere tenor, die mooi openbloeit. Daarnaast maakte hij nog meer indruk op mij in Tatjana's verjaardagsscène. In zijn smeekbede aan Olga zorgde hij voor een van de weinige ontroerende momenten in deze voorstelling. En als hij Onegin uitdaagt, dan doet hij dat zonder te beginnen roepen maar met vastberadenheid en stralende topnoten. Hopelijk kan de Vlaamse Opera hem nog een paar jaar houden...

Publicatie: donderdag 15 april 2010 @ 21:30
Rubriek: Opera