Il Grand' Inquisitor

Don Carlos in Antwerpen

Eind vorige eeuw konden we in de Munt al eens de Franse versie van Verdi's Don Carlos horen. De Vlaamse Opera gaat met "oerversie" nog een stapje verder door een aantal scènes, die voor de première van 1867 geschrapt werden, terug af te stoffen. Het is spijtig dat ze daarvoor een over de volledige lijn middelmatige bezetting geëngageerd hebben, maar de regie van Peter Konwitschny is geniaal, intelligent en tot in de puntjes doordacht.

De grand-opéra die Verdi voor Parijs schreef, was iets te groots gedacht waardoor zijn opera in strijd kwam met een aantal randvoorwaarden. Zo kon een voorstelling niet voor 19 uur beginnen (zodat de Parijse burgerij nog rustig kon dineren) en moest ze voor middernacht gedaan zijn (zodat iedereen nog tijdig de laatste trein zou kunnen halen). Het is een van de redenen waarom Verdi nog hier en daar moest knippen voor de première.

In deze productie wordt een en ander in eer hersteld. Zo kunnen we terug het volledige openingskoor horen. Als in het vierde bedrijf Eboli bekent dat zij Elisabeths juwelenkistje gestolen heeft, volgt een duet tussen Eboli en Elisabeth (dat zou geknipt geweest zijn omwille van diva-afgunst), vooraleer Eboli bekent dat ze ook nog eens Filips maîtresse is. Het is Graaf Lerma die daarna Eboli de keuze laat tussen het klooster en verbanning, in plaats van Elisabeth. Ten slotte is de scène na de dood van Posa wat uitgebreider (vermoedelijk geknipt omdat de toenmalige Posa, Jean-Baptiste Faure, niet te lang voor dood in het stof wou liggen tot het einde van het bedrijf). Er zullen vermoedelijk nog wel aanpassingen zijn, maar dit zijn de meest opvallende... naast de uitvoering van het ballet "La Peregrina" in het derde bedrijf.

Daarnaast zijn er de scènes uit de vijf-aktsversie die het verhaal duidelijker maken... zoals de ontmoeting van Elisabeth en Don Carlos in de Fontainebleau-scène of de tuinscène in het derde bedrijf met de verwisseling van de maskers tussen Elisabeth en Eboli.

illustratie

Over het algemeen vertelt Peter Konwitschny een helder verhaal met veel oog voor detail. Maar het meest controversiële is ongetwijfeld het derde bedrijf. Het is het klassieke spektakelbedrijf uit de grand-opéra met onder andere het ballet. Konwitschny maakt van dit bedrijf een scherzo of - om in operaterminologie te blijven - een soort intermezzo dat tijdens de pauze van een opera seria uitgevoerd werd. Dat van die pauze kan zelfs letterlijk genomen worden.

Het derde bedrijf begint met die tuinscène en het gemaskerd bal dat aan de gang is. Eboli kruipt in de kleren van Elisabeth en schrijft haar briefje aan Don Carlos. Ze verheugt zich op de ontmoeting en dan komt het ballet. In dit geval is het een huiselijk toneelstukje dat de titel "Eboli's Droom" meekreeg... de zwangere Eboli is getrouwd met Don Carlos en ze maken zich op voor een familie-etentje met Filips en Elisabeth. De kalkoen brandt aan en Don Carlos bestelt eten bij "Posa's Pizza". Het is allemaal heel onderhoudend.

Na de minder komische scène waarbij Don Carlos Eboli verwart voor Elisabeth waarna Eboli op wraak zint is het de eerste pauze. Tijdens die pauze wordt het publiek onderhouden door royalty-journaliste Kathy Pauwels die live en in vier talen de aankomst van de koning van Spanje aankondigt. Alles is te volgen op videoprojecties overal in het operahuis. De pauze gaat in één beweging over in de slotscène van het derde bedrijf in de zaal met het autodafe. Het nadeel van dit spektakel is dat tegen dat iedereen door heeft dat de voorstelling terug begonnen is de Vlaamse deputés al aan het pleiten zijn bij Filips... en terwijl is iedereen terug op zoek naar zijn plaats. Complete chaos. Meteen na het derde bedrijf volgt er weer een pauze.

Het klinkt misschien allemaal nogal vreemd, maar het werkt wel allemaal. Grand-opéra vraagt spektakel in het derde bedrijf en Konwitschny geeft het. Maar daarnaast zijn zowel zijn grotere ideeën als zijn personenregie van een intelligente verfijning.

Er zijn een aantal heel duidelijke keuzes... zoals Don Carlos voorstellen als een infantiele kroonprins met wisselende stemmingen, wat meer aansluit bij de historische figuur dan wat Schiller en Verdi ervan gemaakt hebben... zoals van Eboli de "slechte" te maken, zij is de enige die een zwarte kraag draagt... zoals duidelijk te maken dat de reddende monnik effectief Keizer Karel is... zoals van Posa de vrijdenkende buitenstaander te maken met zijn brilletje en lossere kleding.

Ook de interactie tussen de karakters wordt verzorgd. Als in het derde bedrijf Posa tussenbeide komt als Eboli tot de conclusie komt dat Don Carlos verliefd is op Elisabeth, neemt Eboli Posa's bril af waardoor hij op slag blind wordt. Het is duidelijk dat zij de machtigste is. Posa is dan wel "le favori du roi", maar zij is - alhoewel we dat op dat moment nog niet weten - "la maîtresse du roi". Zelfs in het geval van Filips II lijkt seksuele macht boven politieke macht te staan.

Het is dan ook niet te verwonderen dat we in het vierde bedrijf Eboli in Filips' bed zien liggen terwijl hij zijn grote monoloog zingt. Enerzijds maakt dat meteen alles duidelijk en moeten we niet wachten op haar bekentenis. Anderzijds doet dat wel afbreuk aan zijn monoloog en zijn eenzaamheid... en wordt het moeilijker om sympathie te voelen voor hem. Eboli is ook heel de tijd aanwezig tijdens het duet van Filips en de Groot-Inquisiteur. Dat lost meteen het probleem op waarom ze later een volksopstand op poten zet om Don Carlos te bevrijden.

Eboli lijkt voor uitzonderlijke inspiratie gezorgd te hebben bij Konwitschny. Zo laat hij haar zich, tijdens "O don fatale", in het gezicht snijden... waardoor ze de opera eindigt met een ooglapje, in overeenstemming met de historische Eboli en traditionelere ensceneringen.

Er is nog veel meer te vertellen over de enscenering, maar ik kan enkel iedereen aanraden om deze productie te gaan zien... als je nog aan kaartjes kan geraken.

illustratie

Zoals al aangekondigd, vielen de zangers minder goed mee. Jean-Pierre Furlan heeft vroeger regelmatig in de Waalse opera opgetreden, waar hij mij maar zelden kon overtuigen. Ook als Don Carlos is hij niet de meest subtiele zanger. Hij klinkt wel het meest Frans van alle zangers en leeft zich in in de rol die Konwitschny voor hem uitgetekend heeft.

De bas Francesco Ellero d'Artegna hebben we ook al eerder in de Vlaamse Opera kunnen bewonderen. Dat is al een paar jaar geleden en ondertussen heeft zijn stem veel aan inleving en kleur verloren. Het prachtige timbre is er nog wel. Maar als ik niet ontroerd geraak tijdens "Elle ne m'aime pas" is er iets serieus mis.

Dario Solari is een jonge bariton die een wisselvallige Posa neerzet. In de hoogte zit hij soms onder de toon. Hij heeft het moeilijk om reciterende passages boeiend te houden, waardoor zijn dialoog met Filips in het tweede bedrijf heel zwak overkwam. Lyrischere momenten liggen hem beter. Voor zijn eerste aria "L'Infant Carlos, notre espérance" was hij nog niet helemaal op dreef, maar zijn afscheid "C'est mon jour suprème" was wel in orde.

De Elisabeth van Susanna Branchini werd vooral gekenmerkt door een mooie en stralende hoogte. De rest van haar stem draagt slecht waardoor haar klank komt en gaat. Die klank is wel mooi, maar ze kan niet echt ontroeren, noch bij haar romance "Oh ma chère compagne", noch bij haar grote aria "Toi qui sus le néant".

Marianna Tarasova was eerder al Dalila in de Vlaamse Opera. Ondanks haar onverstaanbaar Frans is haar Eboli wel iets beter. Maar ze zoekt meer uitwegen in dramatiek dan in zuiver zingen. De Sluieraria mankeert lichtheid en komt moeizaam over met geforceerde coloraturen. Ze brengt wel een hoop dramatische expressie mee voor "O don fatale", maar het geroep en het Sprechgesang is er soms te veel aan.

Tenslotte zou ik nog even willen terugkeren naar Konwitschny.

Een van de meest ondoorgrondelijke verwijzingen is het feit dat Keizer Karel, alias de monnik, in het tweede bedrijf een klein boompje plant. Iemand die niet naar de themadag rond Don Carlos geweest is, zal waarschijnlijk niet kunnen bedenken dat dit een verwijzing is naar Martin Luthers citaat "wenn ich wüßte, daß morgen die Welt untergeht, würde ich heute noch einen Apfelbaum pflanzen". Het is een teken van hoop en ik vraag me af of Konwitschny daarmee wil zeggen dat - alhoewel de opera gaat over de machtstrijd tussen de kerk en staat - het uiteindelijk God is die het laatste woord heeft...

Publicatie: woensdag 17 februari 2010 @ 19:51
Rubriek: Opera