Il Grand' Inquisitor

Werther in Parijs

Twee seizoenen na elkaar, komt de Parijse Opéra met twee verschillende producties van Werther. In zijn laatste Parijse seizoen, programmeerde Mortier de Werther uit München. In zijn eerste seizoen, toont Noël een nieuwe productie van Benoît Jacquot.

Over de enscenering valt weinig boeiends te vertellen. In de eerste twee bedrijven, zijn de zangers aan hun lot overgelaten in het grote decor. Pas in het laatste bedrijf, als de actie naar zijn dramatisch hoogtepunt gaat, is er een spoor van personenregie waar te nemen. Het is allemaal wel mooi om naar te kijken, maar na het Mortiertijdperk komt het wel over als een shock om dergelijke nietszeggende regie te zien in Parijs.

Het voordeel van dergelijke ensceneringen is dat ze bijna nooit in de weg komen van de zangers... maar daarvoor zorgt de dirigent Michel Plasson, die nochtans als een specialist van het Franse repertoire kan beschouwd worden. Tijdens de prelude werd ik al getroffen door zijn tergend trage tempi. Spijtig genoeg hield hij heel de voorstelling dat slepend karakter vol. Ik had constant het gevoel dat heel de voorstelling op een bepaald moment zou stil vallen.

Het spreekt ten voordele van de zangers dat ze nauwelijks in de problemen kwamen. De bijna volledig Franse bezetting moet zo ongeveer het beste zijn wat tegenwoordig te vinden is om een Werther te bezetten.

illustratie

Er werd reikhalzend uitgekeken naar de Werther van Jonas Kaufmann. Met zijn donker timbre en zijn ervaring als jugendliche Wagnertenor sluit hij aan bij de oorspronkelijke traditie, echter zonder de helderheid die geassocieerd wordt met een Franse tenor. Maar zijn stem is en blijft homogeen tot en met zijn stralende topnoten.

Zijn vertolking valt vooral op door het schier oneindige palet aan nuanceringen dat hij gebruikt, die zich meestal rond het mezzo-piano situeren. Al zijn pianissimo's dragen perfect, maar het doet me wel verlangen om hem Werther te horen zingen in een normale zaal. In de Bastille gaan veel schakeringen verloren.

Desalniettemin was "O nature pleine de grâce" een en al poëzie. De manier waarop hij opbouwde naar "Lorsque l'enfant revient d'un voyage", gaf me het gevoel dat Werther op dat moment besliste om zelfmoord te zullen plegen. Dé hit uit Werther, "Pourquoi me réveiller", was een voorbeeld van hoe het fijn omgaan met dynamiek leidt tot een aangrijpend gedicht. Zijn sterfscène was wel niet zo ontroerend als die van Tézier vorig jaar, maar Kaufmann lag dan ook een groot deel van die scène op zijn gezicht tegen de grond te zingen.

Ludovic Tézier zong deze keer Albert. Aangezien ik hem ondertussen ook als een van de beste Werthers beschouw, geeft dit een extra dimensie aan de rol. Albert is vaak maar een saaie en oninteressante figuur. Tézier geeft de rol meer gewicht en expressie en maakt van "Quelle priere de reconnaissance" een van de hoogtepunten van het eerste bedrijf. Alain Vernhes was er vorig jaar ook al bij en zong ook nu weer een schitterende Bailli.

Charlotte is een van dé rollen van Sophie Koch aan het worden, ook al staat ze nog niet op het niveau van een Susan Graham. Ze was ook de zangeres die het meeste problemen leek te hebben met de tempi van Plasson, waardoor er soms gaten vielen in haar frases en de tekst niet meer natuurlijk klonk. Op haar stem is echter weinig aan te merken. Vooral haar lage noten klinken warm en dragen zonder in een rauw borstregister te moeten vervallen en ze weet ook te ontroeren met "Va! laisse couler mes larmes". 'Onze' Anne-Catherine Gillet scoorde een eclatant succes als Sophie.

Het was gisteren de laatste voorstelling van deze productie. Wie wil, kan ze voorlopig nog (her)bekijken op Arte Liveweb.

Publicatie: vrijdag 5 februari 2010 @ 10:33
Rubriek: Opera