Il Grand' Inquisitor

I Capuleti ed i Montecchi in Luik

De voorstelling van I Capuleti ed i Montecchi in het "Palais Opéra de Liège" begon met een luid orkest, onder leiding van Luciano Acocella, waar zelfs het openingskoor niet over geraakte. De lege schoendoos waarin ze stonden te zingen, leek alle geluid op te slorpen.

illustratieDie grote leegte van het podium was nodig om het concept van Maria Cristina Mazzavillani Muti, zeg maar mevrouw Muti, volledig tot zijn recht te laten komen. Ze gebruikt hoofdzakelijk videoprojecties ter vervanging van de geschilderde decordoeken van een paar eeuwen geleden. Het effect is meestal hetzelfde, op een paar vuureffecten en neerdwarrelende bladeren na.

Haar personenregie is even geïnspireerd. Zo zet ze de tenor aan de rand van het podium voor zijn aria en laat hem dan eens zijn ene arm bewegen, dan eens de andere arm en op de meest intense momenten zelfs zijn twee armen... tegelijkertijd ! Het meest ingrijpende idee was ongetwijfeld haar enscenering van het eerste duet van Romeo en Giulietta. Ze plaatst hen zo ver mogelijk uit elkaar en ze kijken elkaar zo goed als nooit aan. De manier waarop ze hiermee de gedwongen scheiding tussen de twee families en de onoverbrugbare afstand tussen de geliefden verbeeldt, is gewoon geniaal.

Maar alle gekheid op een stokje. Valt het dan nog te verwonderen dat er geen spanning of bezieling van deze voorstelling uitgaat ? Zeker als er ook geen zangers voorzien zijn die wat leven in de zaak zouden kunnen brengen... op één uitzondering na.

Net zoals het openingskoor hebben de meeste solisten ook probleem om hun stem de tent ingeprojecteerd te krijgen. De tenor Aldo Caputo, in de rol van Tebaldo, wordt tijdens de cabaletta van "E serbato, a questo acciaro" zelfs volledig opgeslokt in het koor. Luciano Montanaro zingt als Frate Lorenzo iets te vaak naast de toon en zingt zonder basis waardoor elke noot gespannen klinkt. Laura Polverelli is aanvaardbaar voor wat haar middenstem betreft, maar heeft problemen met de laagte van de rol van Romeo.

De enige die voor wat opwinding kan zorgen is Patrizia Ciofi als Giulietta. Ze zingt zuivere lijnen, pure hoge noten en met minder overdramatiserende expressie dan gewoonlijk. "Oh quante volte" was zelfs redelijk interessant en een van de weinige momenten dat ik niet tegen de verveling moest vechten. Ciofi was ook de enige die haar stem op een normale manier projecteerde. In die mate zelfs dat het slotkwintet van het eerste bedrijf meer als een solo-aria voor sopraan met 'backing vocals' klonk. Maar zelfs Ciofi kwam geen moment op het idee om eens een triller of zo te zingen.

Het publiek reageerde uitzinnig. Ik was blij dat de pauze verlossing bracht...

Wie vooraf een idee wil hebben van wat hem te wachten staat, kan op YouTube een promotiefilmpje bekijken, gebaseerd op de uitvoering in Ravenna in 2001. De hele voorstelling wordt op 2 februari live op internet getoond.

Publicatie: woensdag 27 januari 2010 @ 16:14
Rubriek: Opera