Il Grand' Inquisitor

I Puritani in Essen

Op de terugweg van Bremen, hield ik zondagmiddag halt in Essen voor de herneming van Bellini's I Puritani. Mijn verwachtingen waren niet al te hoog gespannen om een van de eerste producties van de, toen nog onbekende, Stefan Herheim te bekijken.

illustratie

Een belcanto-vehikel als I Puritani krijgt vaak een concertante behandeling en vraagt dan ook enige creativiteit om er boeiend muziektheater van te maken. Dat Stefan Herheim over veel - misschien zelfs té veel - fantasie beschikt, weten we al van zijn Rusalka in de Munt. Zijn benadering van I Puritani is heel gelijkaardig. Hij misbruikt het libretto om een verhaal te vertellen dat niet noodzakelijk iets te maken heeft met de opera. Dus krijgen we geen Puriteinen of Stuarts te zien uit de 17de eeuw, maar wel een handeling die zich afspeelt in het Parijs van 1835.

Dat jaar ging I Puritani in Parijs in première... in een periode dat Bellini zich ophield in de Parijse salons. Het decor bestaat uit het koor van een gotische kathedraal, waarvan de koorkapellen ingericht zijn als salons. In dat decor staat een piano, waaraan Arturo alias Bellini zijn opera componeert. Hij wordt verliefd op de balletdanseres Elvira, wiens oom Giorgio ook haar dansleraar is. Enrichetta is de zwarte ballerina en Elvira's rivale. Het komt niet echt overeen met het echte verhaal van I Puritani, maar de kostuums en de elegantie van het aanwezige corps de ballet zorgen wel voor een onderhoudende voorstelling.

Nu, dit concept is zeker geen cadeau voor de casting-afdeling om een Elvira te vinden die er redelijk goed uitziet in een tutu, op spitzen kan lopen en ook een aantal standaard balletposes kan aannemen. Ik zie het legendarische Elvira's als Joan Sutherland of Montserrat Caballé nog niet doen. De Bulgaarse Petya Ivanova voldoet wel aan al die eisen en ze kan de rol nog zingen ook. Haar coloraturen zijn loepzuiver, haar hoge noten zijn gigantisch en haar waanzinscène is meeslepend.

Arturo is een van de beruchtste tenorrollen, vooral omwille van de talloze hoge noten tot voorbij de hoge do. Die hoge noten blijken weinig problemen te stellen voor Mario Zeffiri. Maar ook de rest van zijn stem is mooi gecultiveerd waarmee hij vlot de lange Bellini-lijnen kan vertolken. Almas Svilpa was vorig jaar nog een bleke Rheingold-Wotan in Essen. Met zijn vertolking van Giorgio, blijkt hij een veel betere belcanto-bas zijn. Hij beschikt over een indrukwekkend bereik en beschikt over het nodige stijlgevoel. Dit soort bassen zijn uniek en zouden gekoesterd moeten worden... en Wotan zingen hoort daar wat mij betreft niet bij.

Publicatie: maandag 23 november 2009 @ 21:22
Rubriek: Opera