Il Grand' Inquisitor

Schubert & Schumann in Schwarzenberg

Gisteren stonden er twee recitals op het programma van de Schubertiade Schwarzenberg. In de namiddag hoorden we Schubertliederen, 's avonds waren het hoofdzakelijke duetten van Schumann.

Werner Güra en Christoph Berner hadden Schwanengesang uitgekozen, aangevuld met een vijftal andere Schubertliederen. Die extra liederen kwamen eerst. Ze begonnen goed met Der Wanderer an den Mond en Im Frühling. Güra heeft duidelijk nagedacht over zijn interpretatie en welke expressie hij in de tekst wil leggen. Maar vanaf het derde lied, Alinde, begon het fout te gaan. Hij verviel in onhebbelijkheden zoals de toon te laten vallen op het einde van een frase of te vaak expressief Sprechgesang te gebruiken.

Hij had weliswaar een pupiter staan met de liedteksten als spiekbrief, waar hij veelvuldig gebruik van maakte, maar dat weerhield hem er niet van om toch fouten te maken of verkeerde inzetten te doen. Ik had het gevoel dat dat vangnet meer hinderde dan hielp, waardoor hij nonchalant werd of met minder concentratie zong.

Schwanengesang werd op een vreemde manier in twee stukken gekapt. Nog voor de pauze zong hij de vier eerste Rellstab-liederen, eindigend met het bekende Ständchen. De drie andere kwamen dan na de pauze. Zijn expressie was vergelijkbaar met de eerste Schubertliederen. Berner daarentegen maakte wel een goede indruk, ondanks het feit dat hij zijn "Rösslein" zwaar ten val liet komen in Abschied.

De Heine-liederen zijn met liederen als Der Atlas of Die Stadt een stuk zwaarder en dat leek een goed effect te hebben op Werner Güra. Nu moest hij voluit zingen en was er geen ruimte om stemloze tonen te produceren omdat hij anders verzwolgen zou worden door de piano. In Der Doppelgänger gebruikte hij ook nog even Sprechgesang voor "Da steht auch ein Mensch". Als hij eerder op de avond dat Sprechgesang niet zo misbruikt zou hebben, zou het zelfs als een geïnspireerde ingeving kunnen beschouwd worden.

Het avondconcert was van een heel ander kaliber. Het was ook het concert waarvoor een lange wachtlijst bestond. Langs de weg van de parking naar de concertzaal stonden dan ook veel mensen - op zijn Salzburgs - met een bordje "Suche Karte".

In een zangerskwartet met Angelika Kirchschlager en Thomas Quasthoff enerzijds, en Ian Bostridge en Dorothea Röschmann anderzijds, vindt iedereen wel iets van zijn gading. Op het programma stond één componist... Schumann. In het eerste deel begeleidde Helmut Deutsch hen eerst in Spanisches Liederspiel (opus 74), daarna nam Julius Drake plaats aan de piano voor Minnespiel (opus 101). De Spanische Liebeslieder (opus 138) werden vierhandig begeleid.

De sopraan-mezzo-duetten van het Liederspiel - Erste Begegnung, Botschaft, ... - zijn het bekendst, maar er zijn ook een paar solo-liederen. In Melancholie toonde Röschmann weer haar kwaliteiten als brulboei. Bostridge was goed bij stem voor Geständnis of het operette-achtige Meine Töne, still und heiter uit het Minnespiel. Het baritonlied Der Contrabandiste werd om een of andere reden geschrapt. Vermoedelijk voelde Quasthoff zich niet helemaal in orde. In het duet met Kirchschlager Ich bin dein Baum, o Gärtner leek hij zich ook in te houden.

De Spanische Liebeslieder doen soms denken aan Wolfs Italienisches Liederbuch op het vlak van de interactie tussen de zangers en zangeressen. Dit werd vooral uitgespeeld in de twee tenorliederen O wie lieblich ist das Mädchen en Weh, wie zornig ist das Mädchen, en het tenor-bariton-duet Blaue Augen hat das Mädchen. De twee dames voelden zich al dan niet aangesproken of toonden verontwaardiging.

Het publiek was voor een keer terecht enthousiast en er volgden niet minder dan vijf bisnummers, elk "koppel" zong nog twee duetten van Schumann, om uiteindelijk af te sluiten met het kwartet Zigeunerleben.

Publicatie: zondag 6 september 2009 @ 11:29
Rubriek: Liedrecital