Il Grand' Inquisitor

Siegfried in New York

Met de voorstelling van Siegfried gisteren, zong James Morris vermoedelijk zijn laatste Wotan aan de Met. Na de voorstelling werd hij daarvoor overeenkomstig toegejuicht. Voor de nieuwe productie in 2012 is Bryn Terfel voorzien als de oppergod. In tegenstelling tot Die Walküre, was James Levine gisteren minder comateus.

illustratie

Jon Fredric West heeft bijna alles voor een goede Siegfried. Zijn acteerspel is soms wat onhandig en hij klinkt niet altijd even mooi. Maar hij heeft het uithoudingsvermogen om zonder grote problemen tot het einde te geraken. Pas in zijn duet met Brünnhilde begon hij wat vermoeid te klinken. Hij liet zich echter niet wegzingen door Linda Watson. Na een goede Walküre-Brünnhilde vond ik haar echter verrassend zwak.

Een goede Mime kan gemakkelijk de ster van de avond worden. Robert Brubaker deed dat net niet (dat zou buiten James Morris gerekend zijn). De interactie met Siegfried in het eerste bedrijf was perfect getimed. Maar zijn beste moment was in het tweede bedrijf. Op de meest verleidelijke manier mogelijk, bezingt hij zijn haat voor Siegfried.

Een van de talloze voordelen van de realistische Otto Schenk-productie is dat de scène met Fafner voor een keer niet belachelijk overkomt of op de lachspieren werkt. De overgang van de Erda-Wotan-scène naar de Brünnhilde-rots is adembenemend indrukwekkend... en ja, Brünnhilde wordt voor een keer wakker op dezelfde rots waar ze eerder in slaap viel.

Publicatie: vrijdag 8 mei 2009 @ 15:01
Rubriek: Opera