Il Grand' Inquisitor

Kehraus um St. Stephan in Wenen

Kehraus um St. Stephan kan nog best als een rariteit omschreven worden... in alle betekenissen van het woord. Ernst Krenek componeerde deze opera - of eigenlijk een "Satire mit Musik" - in 1930 maar hij heeft tot 1990 moeten wachten op de eerste uitvoering. Afgelopen zomer was er een voorstelling tijdens de Bregenzer Festspiele. Deze productie beleefde gisteren haar première in de Wiener Volksoper.

illustratieDe opera speelt zich af eind 1918 in Wenen. De Eerste Wereldoorlog is voorbij, de Habsburgse monarchie en adel is haar macht kwijt, Oostenrijk is op zoek naar een nieuwe identiteit, de aanzet voor de economische crisis is gegeven. Dat is de achtergrond waartegen de opera zich afspeelt.

De personnages zijn allemaal karikaturen die op een of andere manier hun plaats in de nieuwe maatschappij proberen te vinden. Othmar Brandstetter, een ex-officier van het Oostenrijks leger, probeert zelfmoord te plegen. Hij wordt echter gered door Sebastian Kundrather, een Weense wijnbouwer die probeert verder te leven zoals vroeger. Zijn twee kinderen proberen op hun eigen manier geld te verdienen: de opportunistische Ferdinand door zich voor allerlei politieke partijen in te zetten, Maria door erotische foto's van zichzelf te verkopen, ze wil ook "Miss Vienna" worden. Alfred Koppreiter, een andere ex-officier, wordt een industrieel, daarbij gesponsord door enerzijds de Duitse geldschieter Kabulke en anderzijds Elisabeth, de vroegere gravin Torregiani (Alfred en Othmar zijn daarenboven amoureuze rivalen die naar haar hand dingen). Moritz Fekete vertegenwoordigt als journalist de macht van de pers.

De voorstelling is redelijk moeilijk te volgen bij een eerste kennismaking. De opera bestaat niet alleen uit een hele reeks scènes - 19 in totaal - maar sommigen zingen ook nog eens in het Weens dialect. De muziek van Krenek is een mozaïek van allerlei stijlen. Er zijn jazz- en operette-invloeden, soms klinkt het als Kurt Weill en er zit zelfs een fuga en een Ländler in. Op het einde van het eerste bedrijf zit er zowaar een Schrammel-orkestje op het podium.

De regisseur Michael Scheidl voorziet een eenvoudig eenheidsdecor zodat snelle scène-overgangen mogelijk zijn. Hij houdt het allemaal heel leesbaar en duidelijk. Hij voegt wel een verpersoonlijking van de Dood toe, die op regelmatige tijdstippen - zoals bij de zelfmoord van Othmar, of bij de moord op Fekete - opduikt.

De hele bezetting vormt een homogeen ensemble met geen echt zwakke elementen en een paar positieve uitschieters. De wijnboer Sebastian, Albert Pesendorfer, heeft een mooie Baron-Ochs-achtige stem. Sebastian Holecek (Alfred) zingt met een grote kloeke baritonstem. Roman Sadnik komt af en toe wat schreeuwerig over als Othmar. Elisabeth Flechl is een degelijke gravin. En in de figuur van Moritz Fekete herkennen we een oude bekende uit de Vlaamse Opera... Michael Kraus. Lars Woldt maakt van Kabulke een groteske buffo-figuur.

Publicatie: zondag 25 januari 2009 @ 16:43
Rubriek: Opera