Il Grand' Inquisitor

Falstaff in Antwerpen

Intendant Marc Clemeur neemt afscheid van de Vlaamse Opera met Verdi's ultieme meesterwerk Falstaff. De productie werd "toevallig" geïmporteerd uit Straatsburg, het operahuis waar Clemeur vanaf volgend seizoen de plak zwaait.

illustratie

De productie van Giorgio Barberio Corsetti is een degelijk werkstuk zonder franjes, dat op een sobere manier het verhaal vertelt van de aan lager wal geraakte ridder, die zijn pensioen wat wil aanvullen door in de kas van Ford en Page te graaien. Dat van die ridder moet je met een korrel zout nemen, want de hele handeling werd verplaatst naar pakweg de fifties. Cristian Taraborelli heeft een modulair decor gebouwd waarmee de scène snel getransformeerd kon worden van Falstaffs bar naar Fords living. Op de achtergrond worden videobeelden van wolken en bomen geprojecteerd, afgewisseld met het hoofd van Falstaff, of een zwevende Alice...

Alhoewel de enscering best wel onderhoudend was, blonk de muzikale kant uit door haar homogene middelmatigheid. De dirigent Enrique Mazzola liet af en toe spanningsloze stiltes vallen en tegen dat hij die terug opgeraapt had, moest heel de stuwing van Verdi's partituur weer opgebouwd worden. Soms nam hij bepaalde passages (vooral die van Mrs. Quickly) tergend langzaam.

Bij de zangers sprong er niet echt iemand uit, toch niet in positieve zin. Alleen Philip Sheffield was de slechtst mogelijke Dr. Caius die ik ooit gehoord heb. Het is wel een karakterrol, en die mag best wel met een lelijke stem gezongen worden... maar hij moet nog wel gezongen worden. De klanken die hij uitstootte, kunnen bezwaarlijk zingen genoemd worden.

Bruno Caproni is zowel in de Vlaamse als in de Keulse Opera de vaste Verdi-bariton van dienst. Meestal doet hij dat wel goed, maar als Falstaff kon hij mij maar af en toe overtuigen. Het lijkt alsof de bodem uit zijn stem verdwenen is, waardoor hij haast tenoraal klonk. Het is niet echt de klank die ik verwacht van Falstaff. Daar staat tegenover dat ik zijn gevoel voor timing en acteerwerk wel kon smaken. Werner Van Mechelen was daarentegen wel een degelijke Ford. Zijn stem mist misschien wat het nodige legato voor echte Verdi-bariton, maar zijn monoloog "È sogno? o realtà" was wel het vocale hoogtepunt van de avond.

De Fenton van Jeroen de Vaal viel dan weer te licht uit. Op het einde van het eerste bedrijf, als respectievelijk de mannen en de vrouwen elk hun eigen verhaal doen, is Fentons melodie een soort ankerpunt voor de luisteraar. Maar dat kon Jeroen de Vaal niet waarmaken, waardoor het vooral chaotisch klonk. Ook tijdens zijn ariaatje "Dal labbro il canto estasiato vola" had ik constant het gevoel dat hij elk moment kon instorten... niet echt comfortabel.

Ana Ibarra heeft twee jaar geleden ook al Alice Ford gezongen in de Munt. Ze heeft vooral veel metaal in haar stem, waardoor ze niet echt charmeert. Elzbieta Ardam was een middelmatige Mrs. Quickly, die hier en daar nog een paar goede noten ter beschikking heeft. Barbara Bargnesi was tenslotte een leuke Nanetta met een aangename stem.

Alles bij elkaar was het een verdienstelijke voorstelling, zonder een hoogvlieger te zijn... wat ik toch enigszins verwacht had van de afscheidsproductie van een intendant.

Publicatie: woensdag 17 december 2008 @ 18:59
Rubriek: Opera