Il Grand' Inquisitor

John Mark Ainsley in Flagey

Deze week was voor mij de week van de "drie tenoren". Na de verfijnde Mozartavond met Werner Güra en de spectaculaire bravoure van Juan Diego Florez, was gisteren John Mark Ainsley te horen in Studio 4 van Flagey. In de cyclus "Muziek en Poëzie" bracht hij samen met pianist Iain Burnside en de actrice Fiona Shaw een Engelstalig programma rond oorlogspoëzie, getiteld "Soldiers". Het contrast met de twee andere avonden kon niet groter zijn... dit was een concert dat zeker in mijn top vijf van het jaar gaat eindigen.

Oorlogen zijn altijd inspiratie geweest voor dichters en voor dit soort concert kom je bijna automatisch uit bij de gigantische hoeveelheden poëzie die in het begin van de 20ste eeuw geschreven werden ten tijde van de Eerste Wereldoorlog... of "The Great War" zoals hij toen genoemd werd. Een van de vooraanstaande dichters was Wilfred Owen, die op 4 november 1918 sneuvelde en ooit schreef: "I am not concerned with Poetry. My subject is War, and the pity of War. The Poetry is in the pity."

De voor de hand liggende componist is George Butterworth en zijn muziek opende dan ook het concert en sloot het af, telkens met With Rue my heart is laden. Maar ook bekendere componisten, zoals Benjamin Britten, Charles Ives of Michael Tippett, kwamen aan bod.

Elke lied werd afgewisseld met een gedicht voorgedragen door Fiona Shaw in een voorstelling waarbij telkens wisselende belichting voor de nodige sfeer zorgde. Zij zorgde voor het eerste moment van verlichting tussen al de donkere poëzie met Triumphal March van Thomas Stearns Eliot. Ze gaat op een stoel staan achter de piano en kruipt in de huid van een jongetje dat opgewonden naar de voorbij trekkende kanonnen, soldaten en vliegtuigen kijkt.

Even later - met Socks van Jessie Pope - wordt ze een breiende moeder die zich afvraagt of haar zoon nog leeft. De combinatie van dat huiselijke met de vreselijke gedachten die door haar hoofd spoken, vertolkt ze zo eenvoudig, maar tegelijkertijd wordt het zo echt en aangrijpend. Daarna was het de beurt aan John Mark Ainsley om voor een komische noot te zorgen met een music-hall-nummer Sister Susie's sewing shirts for Soldiers... probeer dat eens drie keer snel na elkaar te zeggen, laat staan het hele refrein te zingen dat nog meer van dergelijke tongbrekers bevat.

Halverwege het concert schakelden ze over op meer recente oorlogen en gedichten die uit de oorlog in Irak zijn voortgekomen. Fiona Shaw zit ineengedoken op de grond met een wollen deken en vertolkt Kurdish Blankets. Daarna volgde een modern lied The Children van James MacMillan over gesneuvelde kinderen. De pianobegeleiding is tot een minimum beperkt en wisselt af tussen pianissimo akkoorden aan de rechterkant van het klavier wat aan versplinterd glas doet denken, en donderende lage noten als exploderende bommen. De stem van Ainsley probeert troost te brengen, maar legt daardoor net het schrijnende van de tekst bloot. Als nadien Fiona Shaw met Just like a woman de martelpraktijken in Abu Ghraib beschrijft terwijl ze datzelfde deken over het podium schopt, is mijn weerstand gebroken. Flow, my tears van John Dowland kon op geen gepaster moment komen. Dit wordt nog eens onderbroken door Baghdad Email, een e-mail van een (vermoedelijk Amerikaanse) soldaat die naar huis schrijft om te melden dat hij tegenwoordig linkshandig is...

Daarna komt er geen moment van ontspanning meer. Zelfs een schijnbaar onschuldig gedicht als Grass, over het gras dat zijn werk doet om de wonden van de oorlogen te verbergen en te helen, grijpt naar de keel. Het hele concert duurde amper een uur, maar na dat uur was ik even murw en uitgeteld als na de best mogelijke uitvoering van Winterreise.

Publicatie: zondag 7 december 2008 @ 9:34
Rubriek: Liedrecital