Il Grand' Inquisitor

La cenerentola in de Munt

Ik vind La cenerentola een van Rossini's beste komische opera's. De Munt heeft een geslaagde productie binnengehaald die ook al in Houston en Barcelona op de planken gestaan heeft.

illustratie

Joan Font is de verantwoordelijke voor deze enscenering. Het is een kleurrijk stripverhaal met uitvergrote karikaturen geworden en zes muizen die voor een sprookjesachtige sfeer zorgen. Het is allemaal heel elegant en stijlvol gedaan zonder in flauwe slapstick te vervallen. Er is weliswaar maar één decor, maar door gebruik te maken van een ingenieuze belichting verandert het huis van Don Magnifico en zijn dochters in een klap in het stralende paleis van de prins.

De echte triomfator van deze voorstelling is echter de dirigent Marc Minkowski die een opmerkelijk intocht maakt in de Munt met zijn debuut in een Rossini-opera. De ouverture alleen al kreeg net geen staande ovatie. Zijn bezielende leiding brengt het Muntorkest tot nieuwe hoogtes waarbij de afwisseling van piano en forte, exploderende Rossini-crescendo's en een constante stuwing aanstekelijk werkt. Daarenboven past hij ook "Jacobsiaanse" methodes toe door een pianoforte mee te laten spelen met het orkest en onverwachte accenten te laten leggen. Het orkest leek ook plezier te beleven aan de voorstelling...

De Munt heeft twee alternerende bezettingen voorzien. Ik zag enkel de eerste bezetting met Silvia Tro Santafé in de titelrol. Ze is geen spectaculaire Angelina en houdt het eerder bescheiden. Dat neemt niet weg dat ze haar slotrondo met de nodige bravoure zong. Javier Camarena is een goede prins. In zijn grote scène "Si, ritrovarla io giuro" zingt hij de hoge do's met gemak en ik had zelfs de indruk dat hij er nog een paar extra-hoge noten bijgooide.

Lionel Lhote amuseert zich zichtbaar te pletter als Dandini. Zijn komische timing is perfect en ook vocaal komt zijn stevige bariton goed tot zijn recht, al is zijn coloratuurwerk niet altijd even accuraat. Donato di Stefano was een aanvaardbare Don Magnifico, maar ik was niet echt onder de indruk. Raffaella en Giorgia Milanesi zijn in werkelijkheid tweelingszussen. En dat lijkt ook de enige reden te zijn om hen als Clorinda en Tisbe te bezetten, alhoewel de regisseur met dat gegeven niets doet. Maar op vocaal vlak waren ze de zwakke schakel. Ugo Guagliardo was tenslotte een stijlvolle Alidoro.

Publicatie: vrijdag 17 oktober 2008 @ 9:00
Rubriek: Opera