Il Grand' Inquisitor

Simon Boccanegra in London

Voor hun Simon Boccanegra moest Covent Garden een tijdje geleden al op zoek naar een nieuwe Amelia. Nina Stemme had namelijk afgezegd zodat ze haar eerste Siegfried-Brünnhilde in Wenen zou kunnen zingen. Ze vonden een meer dan behoorlijke vervanging in Anja Harteros.

illustratieNa haar fantastische Contessa in München, stond ik meteen te springen om haar in Verdi te horen... en gelukkig viel er net een voorstelling tijdens de lege week tussen de halve finale en de finale van de Elisabethwedstrijd.

Haar openingsaria "Come in quest'ora bruna" viel me echter nog wat tegen. Het klonk wel mooi, maar het ontbrak net aan dat ietsje extra wat me in haar Mozart zo in vervoering had gebracht. Maar dat veranderde snel in de duetten die daarop volgden. In het liefdesduet met Gabriele was ze de superieure vocalist met schitterende stembeheersing en ontroerende diminuendo's. Ook in de herkenningsscène met Boccanegra, was het Anja Harteros die heel de scène domineerde. Daarnaast heeft ze ook de vocale kracht om tussenbeide te komen in de confrontaties tussen Boccanegra en Gabriele.

Orlin Anastassov zou Fiesco zingen, maar hij was ziek en werd vervangen door niemand minder dan Ferruccio Furlanetto, nog altijd dé Italiaanse Verdibas van het moment. Een onovertroffen tekstexpressie en lage noten die écht klinken combineert hij met een podiumprésence waardoor ik constant op het puntje van mijn stoel zat. Hij ontroerde vooral in de momenten als hij vertelt over de verdwenen Maria.

Marcus Haddock hebben we ooit nog in een aantal Verdirollen gehoord in de Vlaamse Opera. Als Gabriele is hij redelijk goed, maar hij klinkt weinig Italiaans. Zeker de vergelijking met Furlanetto is opvallend. Daarbij was zijn grote aria "Sento avvampar nell'anima" in het tweede bedrijf slachtoffer van een te traag tempo. Dat was waarschijnlijk een ideetje van de dirigent John Eliot Gardiner. Ook in het aansluitende duet met Amelia zakte het tempo waardoor de muziek nooit de nodige stuwing en Verdiaanse opwinding kreeg. Het leek wel alsof Gardiner alle moeite deed om het vooral niet Italiaans te laten klinken.

En dan komen we bij de twee baritons. Marco Vratogna heeft onlangs nog Paolo gezongen in Amsterdam en herhaalt nu de rol in London. Ik vond hem wat tegenvallen en achteraf gezien, vraag ik me af of hij niet beter Boccanegra gezongen zou hebben. De doge werd vertolkt door Lucio Gallo, die volgens mij meer de stem heeft voor Paolo. Zijn stem klinkt niet nobel genoeg en hij moet af en toe truuks gebruiken, zoals wat meer kopstem om in de hoogte piano te zingen. Vratogna klinkt wat donkerder en ronder en zou het misschien beter gedaan hebben. Ideaal zou natuurlijk een échte Boccanegra geweest zijn...

Over de enscenering van Ian Judge valt weinig te zeggen. Het is een traditioneel aandoende productie, alhoewel de kostuums aangeven dat de actie verplaatst is naar ergens in de 19de eeuw. Het eenheidsdecor - twee muren met een poort, en een pilaar - staan 10 à 20 graden uit het lood, kwestie van het geheel een artistiek tintje te geven. Alles bij elkaar is het een degelijke productie met mooie koorbewegingen en voor de verandering eens geen gekke ideeën of nietszeggende videobeelden.

Publicatie: dinsdag 20 mei 2008 @ 10:30
Rubriek: Opera