Il Grand' Inquisitor

La Traviata in Antwerpen

Het seizoen werd in schoonheid afgesloten met La Traviata in Antwerpen. Deze nieuwe productie was het werk van Martin Duncan en hij brengt een kleurrijke, eerlijke, rechttoe-rechtaan-enscenering die toch niet oubollig aandoet.

De onbetwiste ster van de avond was Fiorella Burato als Violetta Valéry. Vanaf het moment dat ze haar mond opendoet, weet je dat het een "derde-bedrijfs-Violetta" is... een Violetta die haar hoogtepunt zal kennen in het derde bedrijf. Wat niet betekent, dat ze de belcanto-aspecten van het eerste bedrijf verwaarloost. Maar ook in haar grote scene van het eerste bedrijf legt ze meer de nadruk op haar twijfel of ze Alfredo's liefde zal aanvaarden, dan het zuiver coloraturen zingen. En zoals verwacht is haar derde bedrijf schitterend. Als ze "Gran Dio... morir si giovine" zingt, gaat dat door merg en been.

Heel de opera door is ze een toonbeeld van stijl. Haar gebruik van portamenti verraadt de lessen bij Carlo Bergonzi, dé Verdi-stilist bij uitstek. En haar fraseringen, haar gedetailleerd inkleuren van de tekst en haar - weliswaar gematigd - gebruik van haar borststem suggereren de invloed en inspiratie van Maria Callas... Wie meer wil weten over deze uitzonderlijke zangeres, kan terecht op haar website www.fiorellaburato.it, of komt volgend seizoen naar de Vlaamse Opera waar ze te horen zal zijn als Luisa Miller.

illustratie Op een vergelijkbaar niveau staat Wojtek Drabowicz die met een genereuze, donkere bariton de hypocriete Giorgio Germont zong. De desinteresse waarmee hij Violetta's pleidooi aanhoort, tekent zijn karakter perfect. Ondanks zijn poging om Alfredo te troosten, als die verneemt dat Violetta hem verlaten heeft, is het onmogelijk om enige sympathie te voelen voor hem. Heel die scene met Violetta is een vocaal hoogtepunt... niet alleen van deze opera trouwens, want hij hoort thuis in de top tien van dit seizoen. Zijn aria "Di Provenza, il mar" vind ik een van de saaiere die Verdi geschreven heeft, maar Drabowicz zingt het wel schitterend. Het enige minpunt is dat hij niet altijd juist op de noot inzet, maar er ergens in de buurt, en er dan naartoe glijdt.

Dan is er nog Alfredo Germont, die gezongen wordt door Soner Bülent Bezdüz. Ook hij blinkt uit door stijlgevoel en zingt een mooie Alfredo. "Un di felice" was wel wat te traag naar mijn gevoel. Het is wel spijtig dat hij het einde van zijn cabeletta "O mio rimorso" niet afrondt met de hoge do. Het is maar één noot, maar ze maakt het verschil tussen wel of geen applaus krijgen...

Publicatie: vrijdag 4 juli 2003 @ 18:07
Rubriek: Opera