Il Grand' Inquisitor

La Vergine dei dolori in Brussel

La Vergine dei dolori is een oratorium van Alessandro Scarlatti over Maria die treurt bij het kruis van Christus. In samenwerking met de Munt werd dit werk in een geŽnsceneerde versie opgevoerd in het Thť‚tre National.

illustratie

Naast Maria zijn er nog drie andere personnages. San Giovani (de apostel Johannes) troost en steunt Maria in haar smart, Christus' volgeling Nicodemus probeert de onvermurwbare hogepriester Onia te overtuigen om Christus vrij te laten. De vraag is hoe de regisseur, Ingrid von Wantoch Rekowski, een werk met absoluut geen dramatische actie vorm geeft. Ze inspireerde zich daarvoor op de barokke schilderijen van bijbelse taferelen, meer in het bijzonder op het werk van Scarlatti's tijdgenoot Francesco Solimena.

Nicola Rubertelli bouwde daarvoor een stalen raamwerk wat de basis is voor een levend schilderij. In het midden, op de plaats van het canvas, treden de vier zangers op. Ze zijn allemaal in het zwart gekleed en bewegen met gestileerde bewegingen die doen denken aan het werk van Bob Wilson. Maar de meeste "actie" gebeurt in de kader van het schilderij. Daar plaatst ze personnages uit de echte schilderijen die angst, woede, onbegrip, afschuw, haat, vreugde of piŽteit uitdrukken. Het zijn wel niet de hoofdpersonnages uit de schilderijen, maar de randfiguren die door de schilders gebruikt werden als opvulling, alhoewel er onderaan wel een soort Christusachtige figuur zit. De geŽxalteerde gelaatsuitdrukkingen van deze figuren doen kunstmatig en soms ook grappig aan, maar toch zijn ze meteen herkenbaar en geven ze een levensechtige weerspiegeling van die schilderijen.

Het is inherent aan dit concept dat het een heel statische voorstelling is. Enkel tijdens de aardbeving op het moment dat Christus sterft, bewegen de figuren ook... wat uitmondt in een soort apocalyptische ikonografie. Paradoxaal genoeg, kom je wel ogen te kort om alle details op te nemen. Want alhoewel alle karakters - ook de zangers - telkens poses aannemen, volgen de wijzigingen elkaar toch snel op en zijn er een massa details om te verwerken. Zou het daarom zijn dat er voor deze voorstellingen geen boventitels geprojecteerd worden om het beeld niet nog drukker te maken ? Want natuurlijk is er ook nog de muziek die uitgevoerd wordt door Les Agrťmens onder leiding van Rinaldo Alessandrini, die ook verantwoordelijk was voor het samenstellen van de partituur.

De vier zangers waren goed tot uitstekend. De twee mezzo's vallen in laatste categorie. In de eerste plaats, zorgde de Maria van Sara Mingardo voor een paar ontroerende momenten. Zij heeft uiteraard al de trage aria's die doordrenkt zijn met treurnis. Haar stem klonk aanvankelijk wat schraal, maar ze was zeer snel opgewarmd. Een van haar grote momenten was in het eerste deel nadat de doodstrompet weerklinkt. De aria die daarop volgt, doet even al de rest wat rond haar gebeurt vergeten. Ook de Nicodemus van Romina Basso was fantastisch. Eerder dit seizoen had ze al Vitellia gezongen in Tito Manlio en het is een stem die heel expressief is en me erg aanspreekt. Ze doet me soms denken aan die van Kasarova, maar dan zonder Kasarova's karakteristieke gezichtsmechanica. De twee andere zangers waren iets minder. Anna Simboli (Johannes) klonk aanvankelijk wat kleurloos. Maar in het tweede deel krijgt ze een Handelachtige bravoure-aria te zingen waarin ze schittert. De tenor Daniele Zanfardino was ook een goede Onia, alhoewel ik soms de indruk had dat hij zijn stem in het barokidioom probeerde te wringen, maar daar niet helemaal in slaagde.

Alles bij elkaar was dit een indrukwekkende voorstelling, die eigenlijk meerdere keren bekeken en beluisterd zou moeten worden om alle details te verwerken...

Publicatie: zaterdag 31 maart 2007 @ 9:51
Rubriek: Oratorium