ti guarda dal Grande Inquisitor

La traviata in De Munt (2/2)

Twee weken na de tweede Traviata-bezetting hoorde ik gisteren de eerste bezetting met drie andere hoofdrolspelers. Elk van hen liet hun eigen persoonlijkheid doorschemeren in hun vertolking waardoor het een andere voorstelling werd.

Foto

Virginia Tola is een veel jongere zangeres dan Elzbieta Szmytka, met een totaal andere stem - eerder melkchocolade dan zilver - en een ander temperament. Dat werd al meteen duidelijk in de eerste scène. Szmytka is een speelse, energieke, over tafels en stoelen lopende, Violetta die wat serieuzer wordt na de ontmoeting met Alfredo. De Violetta van Tola zit zich daarentegen wat te vervelen op haar eigen feest en bloeit pas open na de ontmoeting. Het zijn allebei perfect verdedigbare interpretaties.

Maar desalniettemin vond ik Virginia in haar globaliteit een mindere overtuigende Violetta, omdat ze geen Violetta-incarnatie wordt op de doorleefde manier waarop Szmytka het kan. Ervaring zal hier ongetwijfeld een belangrijke rol in spelen. Ook op vocaal vlak neemt ze minder risico's. In mijn vorige bespreking heb ik het einde van "Addio, del passato" al vermeld en hoe Szmytka daar even haperde. Dit moment lost Tola op een andere manier op. In plaats van "tutto fini" te zingen met een 'fil di voce' zoals Szmytka (en zoals het trouwens ook in de partituur staat), maakt Tola er een expressieve, gestileerde rochel van. Persoonlijk vind ik Verdi's versie effectiever.

Szmytka's ervaring uit zich ook op acteervlak. Het zijn soms maar details, zoals de timing van het moment dat ze met haar vuisten in haar kussens slaat als ze in het laatste bedrijf "Ah ! gran dio ! morir si giovine" zingt. Of als ze in het eerste bedrijf tijdens het "Libiamo", staand bovenop de tafel, haar vestje uittrekt. Tola doet gewoon haar vest uit; als Szmytka hetzelfde doet, dan gaat er een golf van opwinding door de feestvierders. Maar het grootste probleem voor mij is dat Virginia Tola mij op geen enkel moment kon ontroeren... zelfs niet in het laatste bedrijf. Haar stem klinkt misschien iets té gezond. Wat op zich niet zo erg is, als ze me ten minste kan doen geloven dat ze een traag stervende vrouw is. Maar dat was dus niet het geval.

James Valenti is ook een totaal andere Alfredo dan Marius Brenciu. Brenciu speelt een schuchtere Alfredo, terwijl Valenti veel zelfverzekerder is. Brenciu zingt iets mooier en met meer legato. Valenti is dan weer veel tekstgerichter en interpretatief iets boeiender. Vader Germont werd vertolkt door José van Dam... en dat is niet echt zijn beste rol, zeker als je het vergelijkt met zijn fantastische Boris amper acht maanden geleden. Zijn stem wil niet echt meer mee, vooral de iets hogere noten begint hij te roepen. Maar zolang hij comfortabel in het midden blijft, is het opvallend hoe goed hij zijn legatolijnen wel nog in de hand kan houden. Op interpretatief vlak is hij wel minder aggressief dan Vladimir Chernov. Verleden week heb ik ook nog de derde Germont, de Griekse bariton Tassis Christoyannis, gehoord als Germont. En hij gaat nog een stapje verder. Hij is een echt meelevende Germont, die zelfs in zijn eerste scène met Violetta al begint te beseffen dat hij een kemel geschoten heeft... Het mooie was dat Szmytka haar interpretatie overeenkomstig aanpaste en ook minder vijandig reageerde op Germont.

Als ik de balans opmaak van de verschillende bezettingen, dan zal het duidelijk zijn dat voor Violetta mijn voorkeur overduidelijk uitgaat naar Szmytka. Voor Alfredo ligt het wat moeilijker... als ik het zoetgevooisde stemgeluid van Brenciu zou kunnen klonen met de tekstinterpretatie van Valenti, dan zou het een ongeveer ideale Alfredo zijn. Voor Germont ligt het interpretatieve ideaal voor mij ergens tussen Chernov en Chistoyannis.

Publicatie: vrijdag 22 december 2006 @ 10:49
Rubriek: Opera

Recent RSS feed

Amsterdam 2018-2019

Binnenkort begint het operaseizoen weer. Hoog tijd om eens over de grens te kijken naar wat in het buitenland te beleven zal zijn. Amsterdam is eerst aan de beurt, met de voorstellingen in het Muziektheater en het Concertgebouw.

Toekomstmuziek, 18-8-2018 15:29
0 opmerkingen

Klemens Sander - Das lyrische Intermezzo

Tot ongeveer tien jaar geleden had men in Brussel een reeks "Muziek en Poëzie", waarin liederen gezongen en gedichten voorgedragen werden. De recente CD "Das lyrische Intermezzo" van de bariton Klemens Sander, de pianiste Uta Sander en de acteur Cornelius Obonya had perfect in die reeks gepast.

CD's, 11-8-2018 17:08
0 opmerkingen

Andrè Schuen - Wanderer

Een paar maanden geleden dacht ik nog dat de recente CD van Carolyn Sampson dé Schubert-opname van het jaar zou worden... en dan verschijnt Wanderer met bariton Andrè Schuen en pianist Daniel Heide. Het is een overdonderend mooie CD, niet in het minst omwille van de intelligente opbouw.

CD's, 6-8-2018 19:05
0 opmerkingen

Sebastian Noack - Hans Sommer: Ballads & Romances

Ik kende de bariton Sebastian Noack vooral als oratoriumzanger. Op zijn jongste lied-CD (die blijkbaar al in 2013 opgenomen werd) met pianist Manuel Lange ontpopt hij zich tot een begenadigd liedzanger.

CD's, 1-8-2018 21:53
0 opmerkingen

Marlis Petersen - Dimensionen: Welt

Met "Das Ewig-Weibliche" heeft Marlis Petersen een paar jaar geleden een thematische CD opgenomen met Goethe-liederen waarbij ze ook het minder bekende repertoire niet vergat. Nu is ze samen met pianist Stephan Matthias Lademann aan een iets grotere onderneming begonnen: een trilogie met drie "Dimensies des Zijns".

CD's, 27-7-2018 20:50
0 opmerkingen

Idomeneo in Buxton

In tegenstelling tot Tisbe en Alzira behoort Mozarts Idomeneo ondertussen wel tot het standaardrepertoire. Het was tevens de afsluiter van mijn weekje op het Buxton Festival.

Opera, 22-7-2018 11:00
0 opmerkingen

Alzira in Buxton

Er zijn nog een paar opera's van Verdi die ik nog niet live gezien heb. Gisteren heb ik Alzira van dat lijstje kunnen schrappen. Het was ook het doorslaggevend argument om voor de eerste keer naar het Buxton Festival te gaan.

Opera, 21-7-2018 10:24
0 opmerkingen