Il Grand' Inquisitor

Les Troyens in Parijs

Zes jaar geleden had Gerard Mortier een seizoen rond de Griekse oudheid geprogrammeerd op de Salzburger Festspiele. De blikvanger daarin was Berlioz' Les Troyens in een productie van Herbert Wernicke. Zoals hij al eerder gedaan heeft, recycleert hij nu ook deze productie in Parijs als "nouvelle production"... als hommage aan de vier jaar geleden overleden Herbert Wernicke.

illustratie

Aan de productie is uiteraard niets gewijzigd en kent nog altijd dezelfde problemen als in Salzburg... vooral ten gevolge van het eenheidsdecor. Dit is een gebogen witte wand met in het centrum een smalle spleet. Gezien de vele koorbewegingen, zorgt die enige in- en uitgang voor de nodige files. Op dat gedrum na, is het een relatief statische enscenering waarin de "kleuren" zwart en wit overheersen. Dat zwart zit in de kostuums, de Hugo Bossmantels van de Trojanen en de avondkledij in Carthago. De enige kleur is zichtbaar via de handschoenen en vlaggetjes, rood in Troje en blauw in Carthago.

De bezetting is deels dezelfde als in Salzburg (er bestaat trouwens een DVD van) met Deborah Polaski als Cassandre en Didon, en Jon Villars als Enée. Maar ik had echter voor een voorstelling met de alternatieve bezetting gekozen. In deze bezetting werd Cassandre gezongen door Jeanne-Michèle Charbonnet en Yvonne Naef zong Didon. Charbonnet maakte de beste indruk met een mooie gecontroleerde stem. Yvonne Naef heeft een iets helder timbre, maar haar dictie is wat slordiger. In beide gevallen, is de pure klank van hun stem overweldigend mooi. Jon Ketilsson - bekend van de FroSch-Kaiser in de Munt - was een zwakke Enée. Zolang hij zijn stem laag houdt, gaat het nog. Maar de hoge noten worden er pijnlijk uitgeperst. Zijn "Inutiles regrets" was daarenboven saai.

Bij de andere rollen viel vooral de heroïsche Chorèbe van Franck Ferrari op. Bernard Richter (Hylas) zong heel mooi het matrozenlied "Vallon sonore". De donkere stem van Elena Zaremba (Anna) contrasteerde mooi met die van Yvonne Naef... alleen spijtig dat ze onverstaanbaar Frans broebelde. Het was misschien daarom dat ze op het einde boegeroep moest trotseren, alhoewel dat klein bier was in vergelijking met wat Ketilsson moest ondergaan.

Over boegeroep gesproken... het begint stilaan traditie te worden dat Sylvain Cambreling er ook altijd aan moet geloven. Ik vermoed dat er een of andere anti-Cambreling-factie werkzaam is in Parijs. Ik kan me echter niet voorstellen waarom. Hij creëert hoogst originele kleuren (misschien iets té origineel voor de Parisiens) met zijn orkest en het was in de eerste plaats hij die verantwoordelijk was voor het meest ontroerende moment van de hele avond... als Andromache met haar zoon op het podium verschijnt.

Publicatie: woensdag 18 oktober 2006 @ 21:03
Rubriek: Opera