Il Grand' Inquisitor

Christian Gerhaher in deSingel

Schwanengesang wordt iets minder vaak uitgevoerd dan Schuberts twee andere Liedcycli. Daar kunnen een aantal redenen voor bedacht worden. Om te beginnen is het geen echte cyclus, in het beste geval kan het opgesplitst worden in twee aparte cyclussen. Schwanengesang is op zich ook niet echt avondvullend, zodat het gecombineerd moet worden met iets anders.

Beide punten kunnen echter gemakkelijk een voordeel worden, omdat de uitvoerders met enige creativiteit een geïntegreerde Liederavond kunnen ontwerpen. Voor hun recital in deSingel, haalden de bariton Christian Gerhaher en de pianist Gerold Huber de twee delen - de Rellstab-Lieder en de Heine-Lieder - uit elkaar en plaatsten de pauze tussen de twee delen. Het eerste deel werd daarenboven aangevuld met drie Schubertliederen op gedichten van Leitner.

Mijn vorige ervaringen met Christian Gerhaher zijn niet echt positief te noemen. De laatste keer dat ik hem hoorde is echter al vier jaar geleden, toen hij onder andere een rampzalige Winterreise zong op de Schubertiade Schwarzenberg. Op vier jaar tijd kan echter veel gebeuren en in dit geval was het duidelijk ten goede. Zijn stem heeft eindelijk kleur gekregen met een aangenaam timbre en een volledig dynamisch bereik. Ook interpretatief is hij nu een boeiende zanger geworden.

Net zoals in Die schöne Müllerin loopt er ook een beekje of een rivier doorheen Schwanengesang. Het begint al met het "Rauschendes Bächlein" van het eerste lied Liebesbotschaft. Ik had de indruk dat Gerhaher dit verband als basis voor zijn interpretatie gebruikte, vooral in de Rellstab-Lieder. Net zoals de molenaarsknecht communiceert hij met het beekje in Liebesbotschaft en Frühlingssehnsucht. Het beroemde Ständchen kreeg in deze context een wel heel melancholische ondertoon. In der Ferne begint hij redelijk nonchalant met veel rubato en onderbroken legato. Daardoor krijgt dit lied iets verscheurends. Abschied klonk met licht sarcasme als een wat-vooraf-ging aan Winterreise, in tegenstelling tot een gebruikelijker opgewekte afsluiter van het eerste deel. Dit eerste deel had een intermezzo voor Die schöne Müllerin kunnen zijn... allemaal heel origineel en boeiend.

Met de Heine-Lieder na de pauze komen we in een totaal andere (klank)wereld. En hier kon Christian Gerhaher mij iets minder overtuigen. Der Atlas was wat te snel naar mijn gevoel. Bij de twee daaropvolgende liederen dwaalde mijn aandacht zelfs af. Maar voor Der Doppelgänger communiceerde hij weer volop... nu niet met een beekje, maar met zichzelf. Desalniettemin voelde ik me in dit deel nooit emotioneel betrokken. De avond werd afgesloten met één bisnummer... Du bist die Ruh.

Met dit recital heeft hij zich wel gerehabiliteerd. Misschien dat ik zijn meest recente Abendbilder-CD toch eens moet opzoeken...

Publicatie: dinsdag 10 oktober 2006 @ 23:55
Rubriek: Liedrecital