Il Grand' Inquisitor

Aida in Zürich

Het Opernhaus Zürich eindigt haar seizoen met een festival. De Zürcher Festspiele zijn qua concept vergelijkbaar met die van München, maar iets kleinschaliger. Een paar nieuwe premières worden gecombineerd met nieuwe producties van eerder tijdens het seizoen. De eerste voorstelling die ik bijwoonde, was de Aida die een maand geleden in première was gegaan met Nina Stemme in haar roldebuut als de Ethiopische prinses. Deze productie werd trouwens twee weken geleden uitgezonden door Arte.

De enscenering is van Nicolas Joel. Hij verplaatst de handeling naar de 19e eeuw in een koloniale omgeving, waarbij de Egyptenaren nu de kolonisten zijn, die de plaatselijke bevolking onderwerpen. Het is een interessant concept dat ook de oorspronkelijke verhoudingen tussen de verschillende karakters min of meer behoudt. Het ziet er ook allemaal zeer esthetisch verantwoord uit met een sfeervolle serre, palmbomen, kleurrijke kostuums, ...

illustratieOp papier ziet de bezetting eruit als wat je van een festival mag verwachten. In de praktijk zijn er wel wat opmerkingen te maken... vooral bij de mannen en dan in de eerste plaats bij Salvatore Licitra. Hij zingt met een stralende hoogte, maar een weinig genuanceerde Radamès. In het recitatief van "Celeste Aida" zingt hij de woorden 'mia dolce Aida' op dezelfde luidruchtige manier zoals hij later "guerra, guerra, guerra" zingt. Hij doet wel een verdienstelijke poging om de aria morendo te eindigen, zij het dat het een eerder getrapt diminuendo is, dat hij redelijk snel afkapt. Naar mijn smaak, gebruikt hij ook veel te weinig portamenti, waardoor zijn lijnen soms wat stuntelig overkomen. Hij begon wel redelijk goed aan de slotscène met een innig "La fatal pietra sovra me si chiuse", maar hij verviel snel terug in stentoriaanse uitbarstingen. Licitra kan ook geen meter acteren en beperkt zich tot "borst vooruit-linkerhand op het hart-rechterarm uitgestrekt"-poses... en varianten daarvan.

Over Juan Pons kan ik kort zijn. Als Tonio in Pagliacci is het misschien minder erg, maar Amonasro kan onmogelijk gezongen worden met een blaffend, legatoloze expressie. Zijn timbre is wel correct voor de rol, maar daarmeee is dan ook alles gezegd.

De twee vrouwen scoren beduidend beter. Luciana d'Intino is een indrukwekkende Amneris. Ze schrikt er bijvoorbeeld niet voor terug om regelmatig haar heerlijk vulgaire borststem in te zetten. Expressie is bij haar alles, ondanks - of misschien dankzij - opgesplitste registers. Maar ik vind het een zeer opwindende manier van zingen, die men nog zelden hoort.

illustratieEn dan de hoofdreden voor mijn reis naar Zürich... Nina Stemme. Zij doet bijna alles perfect... een schitterend legato, prachtige vocale kleuren, stijlvol gebruik van portamenti en dyanamiek, en het klinkt ook nog eens allemaal zo gemakkelijk. Haar eerste aria "Ritorna vincitor" is volgens het boekje. Haar verscheurdheid tussen haar liefde voor Radamès en haar vaderland worden zeer emotioneel duidelijk gemaakt door een indringend opgebouwd laatste deel en door sleutelwoorden subtiel te benadrukken. En net als je denkt dat je alles gehoord hebt, slaat ze je plat met een meesterlijk en stemhebbend mezza voce gezongen 'Numi, pietà del mio soffrir' om de scène af te sluiten. In tegenstelling tot Licitra, die poogt te imponeren met bruut geweld, is deze pianocultuur stukken impressionanter.

Nog meer van dat komt in "Oh, patria mia" dat ze begint door de eerste noot uit de lucht te plukken en dan egaal te laten aanzwellen. Die egaliteit vind je trouwens overal terug in haar stem. Die romige kleur - uiteraard volle room, geen light-producten - is over de volledige breedte van haar stem aanwezig, zonder ook maar ergens dunner te worden. Maar het is niet allemaal piano en mezzo forte wat ze doet. Indien nodig kan ze ook stevig uit de hoek komen. Het meest opvallende moment is tijdens de scène met Amneris als ze Aida uiteindelijk zegt dat Radamès toch niet dood is. Nina Stemme reageert daarop met een "Vive!" die klinkt dat het klettert... even dacht ik dat de luchter naar beneden zou komen. Wat mij betreft, mag ze haar Isoldes en aanverwanten in de kast laten en zich verder op het Verdi-repertoire toeleggen...

Publicatie: zaterdag 8 juli 2006 @ 11:32
Rubriek: Opera