Il Grand' Inquisitor

Fierrabras in Parijs

De Opera van Zürich is op bezoek in le Châtelet voor concerten, ballet en opera, allemaal onder leiding van Franz Welser-Möst. Voor hun operavoorstelling hebben ze Fierrabras gekozen, een opera die - samen met Alfonso und Estrella - tot Schuberts meest geslaagde opera's hoort. Maar dat neemt niet weg dat deze opera's zo goed als nooit opgevoerd worden.

Fierrabras is gebaseerd op enerzijds het verhaal van Fierrabras, een Moor die gevangen genomen wordt door, vriendschap sluit met Roland en zich bekeert tot het christendom, en anderzijds de legende van Emma en Eginhard. Beide verhalen hebben niet veel met elkaar gemeen, enkel dat Emma de dochter is van König Karl (Karel de Grote) en Roland diens ridder en neef is. Het gevolg is dat de synopsis hopeloos ingewikkeld klinkt, maar in een live uitvoering wordt dit wel allemaal duidelijk.

In de enscenering van Claus Guth is van deze historische achtergrond niets te merken. Hij ziet een aantal biografische verbanden met Schuberts leven en verplaatst daarom de actie naar omstreeks 1820. Het decor is een uitvergroot Biedermeier-salon met een gigantische pianoforte en zelfs een koekoeksklok. De panelen van de lambrizering zijn deurtjes langs waar het koor kan verschijnen en snel weer verdwijnen. Aangezien daardoor alle referenties naar de scènes verdwenen zijn, wordt bij het begin van elke nieuwe scène de locatie op het behang geprojecteerd.

Verder voegt hij ook Schubert zelf toe aan de bezetting (gespeeld door de acteur Wolfgang Beuschel). Door de drie mannelijke hoofdrollen uit te dossen als Schubert, identificeert hij Schubert ook met de romantische ziel van Eginhard, de zelfopoffering van Fierrabras en de ridderlijke idealen van Roland.

De voorsteling geeft een afspiegeling van het compositieproces. Koor en solisten zingen regelmatig van een partituur die Schubert net ervoor neergeschreven heeft. Je ziet Schubert ook op een groot schoolbord de (romantische) relaties tussen de protagonisten uittekenen met pijltjes en hartjes. Verder speelt hij ook soms de regisseur die de verschillende karakters op een bepaalde plaats neerzet. Het is uiteraard allemaal niet volgens het boekje, maar deze benadering is een mogelijke oplossing voor de vele scènewisselingen... een oplossing die wel werkte, vond ik.

Bij een opera (eigenlijk een "Singspiel") van Schubert verwacht je misschien een aaneenschakeling van liederachtige aria's, afgewisseld met dialogen. In het geval van Alfonso und Estrella is dat ongeveer zo, maar Fierrabras komt veel dichter bij een "echte" opera. In deze voorstelling werden de dialogen wel tot het absolute minimum beperkt.

De twee zangers waar ik het meest van verwachtte, vielen wat tegen. Jonas Kaufmann zong Fierrabras. Met zijn donker timbre geeft hij wel een Moorse indruk, maar zijn stem is teveel naar binnen gericht om mooi te zijn. Juliane Banse was op papier een ideale Emma. Ze zweeft wel hemels mooi doorheen de Schubertiaanse lijnen, maar ze komt wat te afstandelijk over.

Twyla Robinson was de zwakke schakel in de rol van Florinda (de zuster van Fierrabras en geliefde van Roland), met een stem die alle kanten uitging en met een te uitgesproken accent. Michael Volle was daarentegen wel een goede en robuuste Roland. Maar dé ster van de avond - en voor mij de eerste keer dat ik hem hoorde - was Christoph Strehl. Hij heeft een prachtige, goed projecterende Mozarttenor, waarmee hij de rol van Eginhard alle eer aandeed.

Op een paar details na, vond ik het een goede voorstelling van een werk dat je anders maar heel zelden live kunt horen. Er bestaat wel een opname van met Abbado (en Karita Mattila, Thomas Hampson, Josef Protschka, Cheryl Studer, ...) maar die heeft als nadeel dat de dialogen enkel in het CD-boekje terug te vinden zijn, waardoor de draad moeilijk te volgen is.

Publicatie: maandag 13 maart 2006 @ 13:40
Rubriek: Opera