Il Grand' Inquisitor

Don Giovanni - Riccardo Muti

Tijdens de Wiener Festwochen van 1999 werd in het Theater an der Wien Don Giovanni opgevoerd. Deze voorstelling, in een regie van Roberto de Simone en gedirigeerd door Riccardo Muti, verscheen onlangs op DVD.

illustratieRoberto de Simone heeft er een kostuumdrama van gemaakt. Om de tijdloosheid en de universaliteit van Don Giovanni te beklemtonen, verschijnen de Don en Donna Elvira in elke scène in een ander kostuum. Zo krijgen we een historische modeshow die ergens in de 16e eeuw begint en pakweg rond 1900 eindigt. Leporello evolueert op een gelijkaardige manier van een commedia dell'arte-figuur in de eerste scène tot een lakei in de laatste scène. De andere karakters veranderen niet zo drastisch.

De regie zelf volgt een redelijk traditioneel pad. Het enige waar ik het nut niet van inzie, is waarom er twee standbeelden zijn van de Commendatore, één standbeeld waar de zanger inzit (en dat later ook komt dineren bij Don Giovanni) en het ruiterstandbeeld dat enkel dient om met het hoofd te knikken en waarop de tekst "Dell'empio che mi trasse al passo estremo qui attendo la vendetta" gebeeldhouwd staat. Die tekst wordt trouwens tijdens het slotsextet achter de zangers geprojecteerd.

Carlos Álvarez zingt de titelrol. Ik vind hem geen grote Don. Daarvoor mist hij de vocale autoriteit, die hij echter wel op theatraal vlak compenseert. Zijn stem klinkt vaak opgekropt en lijkt me net een maatje te klein. Hij zingt wel een stevige Champagne-aria zonder in de problemen te komen met de snelheid. Maar zijn serenade "Deh, vieni alla finestra" is niet verleidelijk genoeg. Alles bij elkaar is hij een aanvaardbare Don, zonder uitzonderlijk te zijn.

Soms heeft de stem van Ildebrando d'Arcangelo (Leporello) dezelfde kleuring als die van Alvarez, maar meestal met een lichtere toets. Zijn moment komt met de Cataloogaria, wat niet echt vlekkeloos verloopt. Hij zou gevarieerder met de tekst kunnen spelen, maar het zou niet mogen dat hij zich in de tekst verslikt of soms het orkest verliest. Om een of andere reden heeft hij niet enkel een cataloog, maar ook een soort kijkdoos waarin hij Donna Elvira laat kijken... een fotoboek avant la lettre van Don Giovanni's veroveringen ?

De Donna Elivira van Anna Caterina Antonacci is wel op alle vlakken fantastisch. Als ze zich in haar eerste scène met "Chi mi dice mai" voorstelt, is haar persoonlijkheid bijna te groot voor de zaal. Haar tekstprojectie is perfect, de manier waarop ze haar woorden kneedt in "Non ti fidar, o misera" is een voorbeeld voor zowat al de andere zangers. Haar grootste moment komt echter met "Mi tradi". In het voorafgaand recitatief gaat ze van ongebreidelde woede tot verscheurende ontgoocheling... waarmee ze dan op de juiste golflengte zit voor de aria zelf. Met een knetterend staccato werkt ze de loopjes zuiver af alsof het niets is.

De coloraturen van Adrianne Pieczonka (Donna Anna) zijn minder overtuigend. Op het moment dat ze beseft dat Don Giovanni de moordenaar van haar vader is, wordt ze bijna hysterisch... ook vocaal, met een wat schreeuwerige hoogte. De daarop volgende aria "Or sai, chi l'onore" is verrassend saai en monotoon, na haar dramatische aanloop. De tragere aria "Non mi dir" ligt haar een stuk beter en die zingt ze dan ook mooi, vooral dan het eerste pre-coloratuur-gedeelte.

Op iedereen is wel iets aan te merken, maar de enige écht zwakke schakel is Michael Schade als Don Ottavio. In de ensembles wordt hij bijvoorbeeld constant overstemd door de andere zangers. Van zijn twee aria's is de ene al rampzaliger dan de andere. In "Dalla sua pace" probeert hij nog een en ander te maskeren door overdreven piano te zingen, maar tegen het einde lijkt hij uitgezongen en komt zijn legato in het gedrang. Dat "Il mio tesoro" een killer-aria is, wordt hier op een pijnlijke manier duidelijk. Zijn eerste aanzet is aarzelend en al de rest is onaanvaardbaar slordig. Hij zingt de 'cercate'-sectie wel in één adem, maar moet zich daarna herpakken met wat heroïsch gebrul. Als Tamino is hij niet slecht, maar op basis van deze uitvoering blijkt Don Ottavio niet echt zijn ding te zijn.

De andere ster van de voorstelling - naast Antonacci - is uiteraard Angelika Kirchschlager. Toen ik in in januari in Wenen was, zong ze ook Zerlina. Op deze DVD bewijst ze dat ze "het" in 1999 ook al had. In "La ci darem la mano" biedt ze eerst nog vastberaden weerstand, maar nadien ze je haar weerstand letterlijk wegsmelten voor Don Giovanni's avances. Als ze even later voor Masetto staat, is haar "spijt" duidelijk gespeeld vooraleer ze aan "Batti, batti" begint. Zoals heel haar vertolking wordt ook "Verdrai carino" gekenmerkt door de Weense toets.

Lorenzo Regazzo is een correcte Masetto, die tijdens de eerste feestscène wel heel snel doorheeft hoe de vork aan de steel zit. Franz-Josef Selig komt wat traag op gang als de Commendatore, maar beleeft zijn beste moment net op het moment dat het nodig is... als standbeeld bij Don Giovanni.

Publicatie: zaterdag 20 augustus 2005 @ 10:30
Rubriek: DVD's