Il Grand' Inquisitor

Ingeborg Danz - Loewe Lieder & Balladen

Ingeborg Danz is vooral bekend als een onovertroffen Bach-zangeres, maar ze begeeft zich bijna nooit buiten het concertrepertoire. Ik heb eerder al eens geschreven dat er op expressief vlak voor mij nauwelijks een onderscheid bestaat tussen het zingen van Bach en liederen, en daarom zou ze volgens mij ook een goede Liedzangeres kunnen zijn. Ze heeft ooit wel liederen van Brahms opgenomen met Almut Eckels (een opname die ik niet ken), maar dat is het dan ook. Maar voor het 19de deel in de Loewe-reeks bij cpo heeft Cord Garben haar wel kunnen strikken.

illustratieHet publiek voor zo'n integrale Loewe-opname is waarschijnlijk nog beperkter dan voor een "gewone" Lied-CD. Carl Loewe heeft weliswaar honderden liederen geschreven - op het vlak van kwantiteit moet hij nauwelijks onderdoen voor Schubert - maar daarvan zijn er maar een paar dozijn die af en toe opduiken in recitals of op CD's. Het is dan ook onvermijdelijk dat in zo'n integrale heel wat kaf tussen het koren terecht komt... en dat is bij deze CD niet anders.

Een typisch voorbeeld is Lied eines Vögeleins in der Oasis. In de eerste strofe komt daar bijvoorbeeld de tekst "Ich singe von Fried' und Ruh, von draussen klirren die Waffen dazu". Maar Loewe doet daar niets mee. In zowel de stem als in de piano klinkt het alsof alles peis en vree is en is er zelfs geen enkele indicatie van het wapengekletter. Ook een lange ballade als Die Einladung is meestal voorspelbaar en gaat snel vervelen. En Der Weichdorn wiegt langzaam heen en weer, maar lijkt nergens naartoe te gaan.

Maar het kan ook anders. De Napoleon-ballade Der fünfte Mai is wel goed opgebouwd... met eerst rustige klotsende golven in de piano, die langzaam aanzwellen tot donderend zee- en kanongedruis. De ontdekking op deze CD is een ontroerend mooi Des Mädchens Wunsch und Geständnis waar de melodie ook "juist" zit.

Het is waarschijnlijk geen toeval dat Ingeborg Danz op haar best is in de betere liederen en balladen. Zowat de hele eerste helft van de CD zit ze vast in hetzelfde emotionele spectrum. In het begin klinkt ze soms ook wat benauwd en probeert ze zelfs geen variatie te brengen in de tekst die ze vertolkt. En haar lage noten komen er - verrassend - ook niet altijd even goed uit... zoals in de Die Jungfrau und der Tod als ze de dood vertolkt. Is het daarom misschien dat ze haar op deze CD als een sopraan proberen te verkopen in plaats van een alt ?

Ze bewaren het beste wel tot het einde. Graf Eberhards Weissdorn is een typische Loewe-ballade vol contrasten. Ingeborg Danz leeft zich ook uit als verteller in St. Johannes und das Würmlein, terwijl Cord Garben de ballade mag beginnen met een bijna Schubertiaanse waterbegeleiding. De echte passie en opwinding komt met Der Teufel als in een paar bedrijven de verontwaardiging van een van de engelen beschreven wordt omdat God de mens naar zijn evenbeeld gemaakt heeft... zoals meestal zijn duivels een stuk interessanter dan engeltjes.

Het is een CD die niet helemaal mijn verwachtingen inlost of een antwoord geeft op mijn vraag of Danz een boeiende liedzangeres is. Voor iemand die niet vertrouwd is met Carl Loewe is dit hoedanook geen goed beginpunt... daarvoor is de opname van Kurt Moll op harmonia mundi nog altijd hét beginpunt.

Publicatie: vrijdag 15 juli 2005 @ 21:00
Rubriek: CD's