Il Grand' Inquisitor

Don Giovanni in Wenen

Dat Mozart al een tijdje meegaat in Wenen is aan vanalles te zien... ook aan de productie van Don Giovanni die door Franco Zeffirelli in 1972 geconcipieerd werd voor de Wiener Staatsoper. Maar met een sterbezetting (tenminste op papier) doet het er niet toe dat er kartonnen bomen naar beneden gelaten of triplexen balustrades op het podium geschoven worden. Alles werd door Seiji Ozawa in goede banen geleid; hij dirigeert trouwens de hele opera zonder partituur.

De Don Giovanni zelf is een nieuweling voor Wenen. Mariusz Kwiecien (sommigen herinneren hem misschien als Marcello in de Vlaamse Opera) is een jonge Don, die de rol heel overtuigend gestalte geeft. Hij bespeelt vooral de Don als edelman... wat - verrassing ! - dicht in de buurt komt van wat Mozart geschreven heeft. Dus voor een keer geen duivel, playboy, beest of verkrachter, maar een Don die ervan overtuigd is dat zijn status hem allerlei privileges geeft. Hij heeft een lichte bariton, die heel goed bij deze interpretatie past, ondanks het feit dat ik liever een stem hoor die meer bij het basregister aanleunt.

Edita Gruberova maakte een "diva appearance" als Donna Anna. Ze is een geliefde zangeres in Wenen en ze krijgt dan ook massa's sympathie-applaus. Na "Non mi dir" komt ze zelfs nog eens terug op scène omwille van het aanhoudende applaus. Die aria was op zich redelijk gezongen, maar zeker niet van die aard om zo'n reactie te krijgen, want haar stem stelt niet veel meer voor. De bovenste helft is nog redelijk goed; in dat register kan ze zelfs nog een indrukwekkende messa di voce produceren. Maar de andere helft is een ruïne. Vooral "Or sai chi l'onore" was pijnlijk waarbij ze allerlei truken uithaalde om haar gebrek aan legato, korte adem en onbestaande lage noten te camoufleren.

De rol van Zerlina vind ik meestal niet veel zaaks, en haar twee aria's mogen van mij meestal geknipt worden... maar niet in deze voorstelling. Om een of andere reden werd de aangekondigde Zerlina namelijk vervangen door niemand minder dan Angelika Kirchschlager. Zerlina's moeten het meestal hebben van ontwapende schattigheid, aangezien de doorsnee-soubrette meestal niet veel meer te bieden heeft. Maar wanneer iemand als Kirchschlager Zerlina zingt, dan wordt dat ineens een belangrijke rol. Want zij weet hoe ze een scene moet domineren en vormgeven, hoe ze met een knipoog het publiek op haar hand krijgt, of hoe ze een flutaria als "Batti, batti" toch interessant kan maken... al is het maar omdat die aria ineens een stuk beter klinkt met mezzo-kleuren.

Martina Serafin maakte ook haar debuut in de Staatsoper in de rol van Donna Elvira. En dat was geen onverdeeld succes. Ze heeft een grote stem waarmee ze als een olifant in een porseleinwinkel tekeer gaat. Haar coloraturen zijn onzuiver, enig gevoel voor Mozartstijl is ver te zoeken en er gaat nauwelijks gevoel van haar zang uit. Zelfs in "Mi tradi" was er geen enkele emotie voelbaar.

De andere zangers waren degelijk. Rainer Trost zong een elegante Don Ottavio met een subtiel versierde "Il mio tesoro". Toen ik de vorige keer Kwangchul Youn hoorde - als Sarastro op de RuhrTriennale - maakte hij geen grote indruk. Als Leporello is hij een stuk beter, maar blijft middelmatig.

Publicatie: vrijdag 14 januari 2005 @ 9:51
Rubriek: Opera