Il Grand' Inquisitor

Powder her face in Antwerpen

Voor de kameropera Powder her face van Thomas Adès was de Vlaamse Opera uitgeweken naar de Rode zaal van deSingel.

Deze opera heeft als achtergrond het leven van de Duchess of Argyll, dat gekenmerkt wordt door haar seksuele uitspattingen. In het eerste bedrijf wordt dit als een kaleidoscopisch overzicht behandeld in een libretto dat niet echt veel aan de verbeelding overlaat. De regisseur Carlos Wagner doet daar dan nog een schepje bovenop in een regie die flirt met de grenzen van de smakeloosheid.

Toegegeven... een fellatio-scene ensceneren of het geflirt van de Hertog in beeld brengen, nodigt misschien uit om er met de grove borstel door te gaan. Maar enige terughoudendheid had het erotisch gehalte ten goede kunnen komen. Alhoewel... achteraf vroeg ik me af of mijn reactie misschien vergelijkbaar is met de reactie van Verdi's publiek toen die voor de eerste keer geconfronteerd werd met Violetta Valéry.

Het decor daarentegen vond ik wel geslaagd: een grote trap die bovenaan uitkomt bij een deur met daarboven een kilometerteller die het jaartal aanduidt. Halverwege de trap is aan de zijkant een grote poederdoos gemonteerd waaruit de Duchess te voorschijn komt als een moderne versie van de Venus van Botticelli.

Het tweede bedrijf is al een stuk beter, waar meer de neergang van de Duchess getekend wordt. Hier krijgen we een aantal monologen te horen die het ritme van de voorstelling naar een beter verteerbaar niveau brengen en eindelijk wat rust brengen. Tijdens de slotmonoloog van de Duchess slaagt Ingrid Habermann er zelfs bijna in om enige sympathie los te weken. De drie andere zangers, die afwisselend verschillende rollen spelen, doen het ook behoorlijk, alhoewel er nergens uitschieters in deze of gene richting te bespeuren waren.

Publicatie: maandag 2 december 2002 @ 23:44
Rubriek: Opera