Il Grand' Inquisitor

Carmen in Antwerpen

De Vlaamse Opera eindigt het jaar met Carmen. Het is een ongeloofwaardige enscenering geworden met een doordeweekse bezetting.

Ondanks de verwachtingen heeft Calixto Bieito een redelijk traditionele enscenering gemaakt. De soldaten zien eruit als soldaten, Escamillo draagt een toreador-pak in het laatste bedrijf en de smokkelaars smokkelen weliswaar sigaretten, drank en microgolfovens, maar het zijn nog altijd smokkelaars.

illustratie

De actie werd wel verplaatst naar onze tijd omdat Bieito graag een regie voor "gewone mensen" maakt, die zichzelf herkennen in wat er op de scène gebeurt. En het is net daarom dat ik het resultaat van zijn aanpak ongeloofwaardig vind. En dan gaat het niet om Micaela die een jeansbroek met glitterbloes draagt in plaats van een "jupe bleue et natte tombante".

Maar de vijf Mercedessen die tijdens het derde bedrijf op de scène verschijnen, worden door een tiental mannen vooruitgeduwd... in de "echte wereld" zijn Mercedessen meestal uitgerust met een motor. Als de kinderen in het eerste bedrijf eten vragen aan de soldaten, worden hun lege gamellen uit een lege kom gevuld met lege pollepels... belachelijk. En de portrettering van Zuniga is helemaal ongeloofwaardig. Chris De Moor heeft wel vaker de neiging om tot overacting over te gaan, maar nu loopt het helemaal de spuigaten uit.

Een aantal van mijn bezwaren zouden onder normale omstandigheden het vermelden niet waard zijn, het hoort nu eenmaal tot de geplogenheden van theater. Maar als een regisseur de pretentie heeft om herkenbaarheid te verkondigen, dan moet hij wel consequent zijn... en als hij dat niet is, dan is hij in mijn ogen niet geloofwaardig.

Er is ook nauwelijks iets te merken van Bieito's kenmerken, waardoor hij het label van schandaalregisseur opgeplakt krijgt. Ik vraag me af of er na de première zaken gewijzigd zijn. Want in de voorstelling die ik zag, merk ik weinig van wat ik in de krantenrecensies gelezen heb. Micaela is helemaal geen Carmen in spe. Afgezien van de moord op Zuniga is er weinig gratuit geweld. Niemand wordt uitzonderlijk veel bepoteld. Alleen vlak voor de moord op Carmen wordt ze door Don José zowat overal betast, en dan is het echt lachwekkend overdreven.

De bezetting is van een gemiddeld niveau. Nora Gubisch is een degelijke Carmen zonder echt sensueel te zijn (maar sensualiteit was waarschijnlijk geen gewenste eigenschap). Brandon Jovanovich heeft een grote baritonale tenorstem. Maar veel nuanceringen heb ik in zijn Don José niet opgemerkt. Dé noot van de Bloemenaria was er wel, inclusief de redelijk goed uitgevoerd diminuendo. Ik was niet echt onder de indruk van Wojtek Drabowicz. Tijdens zijn Toreadoren-lied geraakte hij zelfs een paar keer het orkest kwijt en had hij problemen in de diepte. Rosita Kekyte was wel een interessante Micaela. Ze heeft een grote lyrische stem waarmee ze wel voldoende kan nuanceren, wat haar aria "Je dis que rien ne m'épouvante" tot een veelkleurig portret maakte.

Publicatie: vrijdag 17 december 2004 @ 19:40
Rubriek: Opera