Il Grand' Inquisitor

Le Pardon de Ploërmel in Berlijn

Tussen twee grand-opéras in, gaf de Deutsche Oper Berlin tijdens haar Meyerbeer-weekend een concertante uitvoering van Le Pardon de Ploërmel onder leiding van Enrique Mazzola, in de eerste versie met dialogen.

illustratie

Meyerbeer wordt vooral geassocieerd met zijn vier grand-opéras. Daardoor zou je bijna vergeten dat hij ook nog een dozijn andere Franse, Duitse en Italiaanse opera's componeerde. De pastorale opéra-comique Le Pardon de Ploërmel - ook gekend als Dinorah - is daarvan waarschijnlijk het bekendst, omwille van één aria die alle coloratuursopranen van Luisa Tetrazzini en Amelita Galli-Curci tot Joan Sutherland en Natalie Dessay op plaat hebben gezet. De waanzinsscène van Dinorah culmineert in het spectaculair virtuoze "Ombre légère" en zou oorspronkelijk gezongen worden door Sabine Devieilhe. Maar ze heeft haar moederschapsverlof na de bevalling van haar tweede kind wat verlengd en werd daarom vervangen door de Spaanse sopraan Rocío Pérez.

Pérez is een schitterende Dinorah. Niet alleen omdat ze de adembenemende coloraturen van "Ombre légère" loepzuiver zingt, maar ook omdat ze daar nog allerlei kleuren en dynamische variaties aan toevoegt zodat er echo-effecten ontstaan terwijl ze met haar schaduw danst. In het middendeel van de aria, "A chaque aurore je te revois", verandert ze nog eens haar expressie. De romance "Me voici, Hoël doit m'attendre ici" was een visioen van haar geliefde die de aria voorafgaat. Ze bewees dat een coloratuuraria zoveel meer kan zijn dan wat loopjes en hoge noten.

Dinorah was trouwens waanzinnig geworden omdat haar geliefde Hoël haar verlaten had op hun huwelijksdag. Samen met de doedelzakspeler Corentin ging hij op zoek naar een vervloekte schat (de eerste persoon die de schat aanraakt zal sterven). Ze vinden die schat niet, maar hij vindt wel zijn andere schat terug, maakt haar wijs dat het allemaal een droom was en ze huwen met een jaar vertraging tijdens de Mariaprocessie... eind goed, al goed.

Buiten de beroemde aria, had Rocío Pérez haar uitdrukkingsmogelijkheden al laten bewonderen in het slaapliedje "Bellah, ma chèvre chérie" waarmee ze haar verloren geitje in slaap wiegt. Nadien volgde nog een bloedstollende vertolking van de legende "Sombre destinée, âme condamnée", waarmee ze Corentin op de hoogte brengt van de vloek die op de schat rust. De vertolker van Hoël was ook een vervanger. Régis Mengus verving de geplande Florian Sempey. Hij zingt met een aangename bariton, tenminste zolang hij niet in de buurt van zijn passaggio komt. Philippe Talbot was een hilarische Corentin. Recent zong hij ook de Hoffmann-knechten in Parijs en dit buffo-repertoire past hem perfect als hij zich met de refreinaria "Dieu nous donne à chacun en partage" of "Ah, que j'ai froid ! Ah, que j'ai peur !" moed inzingt.

Het was de eerste keer dat ik deze opera hoorde en het is een originele partituur. De ouverture alleen al is een groot symfonisch gedicht, inclusief een a capalla koorintermezzo, waarin wat voorafging uiteengezet wordt: het perfecte aperitief om je meteen goesting in de rest van de opera te geven. Verder zijn er ook mooie evocaties van de doedelzak door de houtblazers of een fanfare die het rustieke karakter van het verhaal onderstreept. Het verhaal weegt waarschijnlijk wat licht, waardoor de kans vrij onbestaande is dat ik het ooit geënsceneerd zal zien... maar deze concertante uitvoering was in alle geval al een voltreffer.

Publicatie: zondag 8 maart 2020 @ 8:43
Rubriek: Opera