Il Grand' Inquisitor

Rusalka in Antwerpen

Opera Vlaanderen heeft met Rusalka een sprookje - weliswaar één dat niet echt goed afloopt - uitgekozen voor de eindejaarsperiode. Er zijn twee bezettingen voorzien voor de twee hoofdrolspelers.

illustratie
Rusalka, kind-Rusalka (foto © Filip Van Roe)

Het scènebeeld wordt gedomineerd door twee grote muren, ontworpen door Asmund Faeravaag. Ze bestaan uit houten lamellen die een organische vorm aannemen. Samen met een boomstam staan ze op drie geneste draaiplatformen, waardoor elke scène snel een andere opstelling kon krijgen... tenzij de machinerie hapert zoals tijdens het bijna volledige derde bedrijf van de eerste première.

Toen de nieuwe intendant zijn seizoen aankondigde, liet hij al optekenen dat hij meer kruisbestuiving wil tussen opera en ballet. Door de productie van Rusalka toe te vertrouwen aan de Noorse choreograaf Alan Lucien Øyen voegt hij de daad bij het woord. Øyen voegt meteen een extraatje toe aan het verhaal. Aan het begin van de voorstelling krijgen we even een Jenufa-flashback als Jezibaba een baby verdrinkt. Die baby wordt opgevangen door de Watergeest en zal uitgroeien tot de waternimf Rusalka. Een kindversie van Rusalka confronteert Jezibaba doorheen de voorstelling met haar daad.

Maar daarnaast voorziet Øyen uiteraard ook extra dansers. Bijna alle zangers (uitzonderingen zijn Jezibaba en de Prinses) worden verdubbeld met een danser. Dat levert soms mooie momenten op, zoals het moment waarop Rusalka mens wordt: de danseres ontdekt haar voeten en Jezibaba trekt haar als een marionet recht. Die verdubbeling werkt heel mooi in het tweede bedrijf tijdens het "duet" tussen de Prins en de stemloze Rusalka. Ik moest daarbij onmiddellijk aan de stomme van Portici denken. Diezelfde methode gebruikt hij ook in andere scènes waarbij de zanger(es) in dialoog gaat met de danser(es).

illustratie
Rusalka, danseres-Rusalka, kind-Rusalka (foto © Filip Van Roe)

In de eerste bezetting werd de titelrol gezongen door Pumeza Matshikiza. Deze Zuid-Afrikaanse sopraan heeft een interessante, zij het wisselvallige, stem. De ene keer zingt ze met donkere spinto-achtige kleuren of met een mooie ronde klank zoals in haar aria van het derde bedrijf. Maar er zijn ook een paar geforceerde momenten. Tineke Van Ingelgem zingt de tweede Rusalka met een eerder puur lyrische stem. Haar vertolking van het Lied aan de Maan is net iets mooier dan die van Matshikiza, al hebben haar lagere noten weinig substantie en geraakt haar mezza voce amper over de orkestbak.

Kyungho Kim was de Prins in de eerste bezetting. Hij scoort vooral met zijn stevige hoge noten. Voor de rest komt hij qua klankkleur vrij monochroom over. Op dat vlak heeft de tweede Prins, Mykhailo Malafii, een mooiere stem. Maar zijn hoge noten klinken genepen en de rest van zijn stem is niet veel beter. Idealiter, zou je deze twee zangers moeten kunnen fuseren tot één ideale Prins.

Maar wat mij betreft, is het de Georgische bas Goderdzi Janelidze die de show steelt. Hij zing de Watergeest met een fenomenale bas, veel vocale présence en een donkerzwarte kleur. Hij is ook de enige zanger die me kon ontroeren, met zijn lamento voor Rusalka op het einde van het tweede bedrijf. Maria Riccarda Wesseling is ook een fantastische Jezibaba. Ze zingt deze heksenrol met een donkere stem vol glanzende intensiteit. Karen Vermeiren was de Prinses met een stalen sopraan die op verzengende wijze een wig drijft tussen Rusalka en de Prins.

De uitvoering werd geleid door de jonge Litouwse dirigente Giedre Slekyte. Ze bracht een opwindende vertolking met heel mooie strijkersklank. Ik ben er nog niet uit wat er met het koor gebeurd is: het was in geen velden of wegen te bekennen en het staat zelfs niet op de affiche...

Publicatie: zondag 15 december 2019 @ 10:27
Rubriek: Opera