Il Grand' Inquisitor

Markus Schäfer in Oxford

Vandaag zou Ilker Arcayürek het middagrecital zingen, maar hij meldde zich ziek. Hij werd vervangen door Markus Schäfer, met Hartmut Höll aan de piano, en met een volledig Schubertprogramma.

illustratie

Ik had Markus Schäfer nog maar één keer gehoord, heel lang geleden in Schwarzenberg. In vergelijking met toen heeft zijn tenor meer substans gekregen, met regelmatig baritonale tinten. Er zit wel al wat sleet op zijn stem, maar hij compenseert dat met een ver doorgedreven interpretatieve expressie.

Neem bijvoorbeeld de eerste strofe van Der Wanderer: "Ich komme vom Gebirge her / Es dampft das Tal / Es braust das Meer". Elke zin wordt op een andere manier uitgedrukt: van een vaststelling over mysterie tot een evocatie van de kracht van de natuur. En als hij die strofe afsluit met "Und immer fragt der Seufzer: wo?" creëert hij meer mysterie met een pianississimo "wo". Soms gaat hij uit de bocht als hij in de Schlegel-Wanderer "und die Welt erscheint mir gut" veel te ver uitrekt. Net daarvoor had hij "steige mutig, singe heiter" ook weer met twee contrasterende kleuren gezongen.

Wie "Wanderer" zegt, zegt eenzaamheid en dat was ook het thema van dit recital. De meest bekende Einsamkeit komt halverwege Winterreise. Met "war ich so elend nicht" stort Schäfer zich in de dieperik... klaar voor de Mayrhofer-versie van Einsamkeit. Dit is het soort liederen dat je bijna nooit hoort, tenzij in de tijd dat Robert Holl nog eens een Mayrhofer-programma bracht. Deze Einsamkeit is niet zozeer een lied, maar eerder een mini-cyclus bestaande uit zes doorgecomponeerde liederen, niet toevallig volgens hetzelfde model van Beethovens An die ferne Geliebte (zoals Graham Johnson opmerkt).

Elk lied wordt ook weer met de nodige contrasten uitgevoerd. Daarbij speelt ook Hartmut Höll een belangrijke rol al verliest hij de balans soms uit het oog. Hij speelt een briljant gemaskerd bal in "Gib mir die Fülle der Tätigkeit", het drinkgelag van "Gib mir das Glück der Geselligkeit" klinkt bij momenten vulgair als studenten die een cantus voorbereiden. Daar tegenover staat ook de delicate uitbeelding van koekoek en specht in "Gib mir die Weihe der Einsamkeit". Ik kan me voorstellen dat veel zangers terugschrikken voor een lied met een partituur van 15 pagina's en dat minstens evenveel minuten duurt... maar als het, zoals hier, goed gebracht wordt, dan verveelt het publiek zich geen seconde.

Einsamkeit had het einde van het recital kunnen geweest zijn, maar werd nog aangevuld met een ingetogen Am Tage Aller Seelen. Met het Mayrhofer-Abschied als bisnummer bleven ze in dezelfde sfeer.

Publicatie: vrijdag 25 oktober 2019 @ 17:53
Rubriek: Liedrecital