Il Grand' Inquisitor

Petite messe solennelle in Schwarzenberg

Rossini op de Schubertiade, en met zijn Petite messe solennelle ook nog eens een relgieus werk. Het is minder ver gezocht dan het lijkt.

illustratie
(foto © Schubertiade Schwarzenberg)

Rossini was tijdens Schuberts leven ontzettend populair in Wenen. Maar toen Rossini zijn Mis schreef, was Schubert al meer dan 30 jaar dood. Het was een opdrachtwerk, opgedragen aan Gravin Louise Pillet-Will. De premiere vond plaats in haar Parijs salon, vandaar ook de beperkte bezetting: twaalf zangers (waarvan vier solisten) en in plaats van een orkest een piano en harmonium. Met een beetje fantasie zou je het dus een Rossiniaanse geestelijke Schubertiade kunnen noemen. Nu ja, geestelijk... Rossini blijft nog altijd Rossini en zijn Petite messe solennelle is even Rossiniaans als het Messa di Requiem Verdiaans is. Tenminste, dat zou het kunnen zijn...

Wat die twaalf zangers betreft, dat zijn "toevallig" (aldus Rossini) ook het aantal apostelen. In Schwarzenberg verdrievoudigen ze dat aantal, met 32 zangers van het Kammerchor Feldkirch onder leiding van Benjamin Lack en vier solisten. Er bestaat ook een georkestreerde versie, maar ze voerden het origineel uit met Igor Levit aan de piano en Ryoko Morooka aan het harmonium. Het koor heeft een mooie homogene klank, al kon ik me niet van de indruk ontdoen dat Lack het werk volledig serieus neemt. Het is dan wel een "plechtige" mis, maar ik denk niet dat Rossini het zo serieus bedoeld heeft... als hij bijvoorbeeld het tempo van het Credo aanduidt met "allegro cristiano". Zeker de slotfuga van het Gloria zou met iets meer Italiaanse schwung niet misstaan als de finale van het eerste bedrijf van een komische Rossini-opera. In deze uitvoering was het weinig opwindend en nogal braaf.

Dat Gloria is ook het deel bij uitstek waarin de solisten zich presenteren. Er waren wel twee zangers uitgevallen met een verkoudheid. Zo maakten de sopraan Simona Saturová en de tenor Ilker Arcayürek hun Schubertiadedebuut, ter vervanging van respectievelijk Julia Kleiter en Pavol Breslik. Het solistenkwartet werd vervolledigd met Tara Erraught en Andrè Schuen. Het paradestukje van de mis is de tenoraria Domine Deus. Arcayürek zong de aria met gevoel voor stijl, weliswaar met genepen hoge noten. Schuen gaf een warme vertolking van Quoniam tu solus sanctus. Saturová was op haar best in haar Crucifixus-solo uit het Credo. Haar grote aria O salutaris hostia kreeg een lange uitgepuurde lijn, maar tegen het einde begon haar piano wat dun te klinken. Maar het was weer Erraught die schitterde met haar warme mezzo in het Agnus Dei.

Publicatie: donderdag 29 augustus 2019 @ 22:35
Rubriek: Oratorium