Il Grand' Inquisitor

Peter Lodahl en Stella Doufexis - Dichterliebe

In de zomer van 2015 vatte de componist Christian Jost het plan op om Schumanns Dichterliebe te orkestreren voor zijn echtgenote Stella Doufexis. Zoals bekend, overleed zij eind 2015 en heeft ze deze versie dus nooit kunnen zingen. Ondertussen is de Jost-Dichterliebe wel opgenomen door Deutsche Grammophon met het Horenstein Ensemble en de tenor Peter Lodahl.

illustratieDe Dichterliebe van Jost kan enigszins vergeleken worden met de Zender-Winterreise. Het is niet louter een orkestratie van de pianopartij, maar een ingrijpende herwerking. De volledige cyclus wordt doorgecomponeerd, er worden lange overgangen uitgewerkt tussen de liederen en de strofen. Een en ander maakt dat zijn Dichterliebe meer dan een uur duurt. Im wunderschönen Monat Mai krijgt bijvoorbeeld een lange inleiding die soms wat Glass-achtig klinkt, een klankidioom dat ook terugkomt in het laatste lied. De zangmelodie van Wenn ich in deine Augen seh' wordt bewerkt tot een inleiding van het lied. Ich grolle nicht begint met sterke ritmiek als van een trein die zich op gang trekt.

Aan de structuur van het werk wijzigt hij niets, met één uitzondering. Het "Andante espressivo", de epiloog van de cyclus, plaatst hij tussen Hör' ich das Liedchen klingen en Ein Jüngling liebt ein Mädchen, waardoor Die alten bösen Lieder eindigt met een wegstervend slotakkoord na "Ich senkt' auch meine Liebe und meinen Schmerz hinein". Aan de zanglijn wordt niet al te veel gewijzigd, maar hij voegt wel herhalingen toe. Zo wordt de laatste zin van Am leuchtenden Sommermorgen, "Sei unsrer Schwester nicht böse, du trauriger, blasser Mann", niet minder dan zes keer herhaald. Und wüssten's die Blumen laat hij beginnen met "zerrissen mir das Herz", wat op het einde nog eens herhaald wordt. Het zijn vooral in die herhalingen dat hij variaties op de oorspronkelijke melodie bedenkt.

Aangezien Jost een groot deel van deze muziek gecomponeerd heeft na Doufexis' dood, is het niet te verwonderen dat hij het tiende lied het meest ontroerend vindt:

Hör' ich das Liedchen klingen,
das einst die Liebste sang,
so will mir die Brust zerspringen
von wildem Schmerzendrang.

In dit lied is hij aanvankelijk weinig interventionistisch. Hij voegt een breekbare, etherische begeleiding toe. Het lied wordt volledig herhaald, maar met een iets dichtere orkestratie. Na een epiloog herhaalt hij nog eens "ein übergrosses Weh" als een hartverscheurend persoonlijk commentaar.

Het is zeker een interessante versie van Dichterliebe, één waar je voor moet gaan zitten. Er is echter één lied dat ik minder geslaagd vind, namelijk Ich hab' im Traum geweinet. De afwisseling tussen de onbegeleide zang en het commentaar van de piano bij Schumann maakt dit lied geniaal. Jost doorbreekt dit en zet ook een, weliswaar lichte, orkestratie onder de zanglijn. Naar mijn gevoel boet het lied daardoor in aan kracht. Tenslotte, in deze uitvoering wordt de zangstem onderdeel van het groter geheel. Peter Lodahl toont daardoor, al dan niet bewust, weinig individualiteit. Puur vocaal komt hij soms in de problemen met de hoger liggende variaties die Jost bedacht heeft.

Maar wat deze CD écht waardevol maakt, is het tweede schijfje dat in het CD-doosje zit. Stella Doufexis had namelijk in de zomer van 2014 - een paar maanden na haar Rosenkavalier in de Vlaamse Opera - ook Dichterliebe opgenomen met Daniel Heide aan de piano... in een tijd, zoals Jost het in het CD-boekje schrijft, "voller Hoffnung, in der unsere Zuversicht und ihre Kraft und Energie ungebrochen waren".

Doufexis geeft een unieke en persoonlijke vertolking, zoals je Dichterliebe nog nooit gehoord hebt. Je kan haar benadering nog het best samenvatten als een flashback-interpretatie. Reeds in Im wunderschönen Monat Mai voel je de liefdespijn van de dichter. In Aus meinen Tränen spriessen bewonder je haar detaillering vol raffinement. Die Rose, die Lilie is aangrijpend mooi. Wenn ich in deine Augen seh' is niet minder dan hartverscheurend. Daniel Heide ondersteunt haar perfect in deze visie met delicaat pianissimo-spel. Ook in Im Rhein, im heiligen Strome volgt hij haar, zonder uit te pakken met zware orgelakkoorden, in haar eerder melancholische vertolking. Het is wachten op "zerrissen mir das Herz" op het einde van Und wüssten's die Blumen om het eerste forte te horen. Het voor Jost cruciale Hör' ich das Liedchen klingen wordt door Doufexis van begin tot einde pianissimo gezongen, met een vergelijkbare breekbaarheid als Josts interpretatie. Ze laat een glimlach schijnen door Ein Jüngling liebt ein Mädchen en met een ballade-achtige vertelling van Die alten, bösen Lieder beëindigt ze een memorabele opname van Dichterliebe.

Als "toegift" vertolkt ze ook nog de Eichendorff-Liederkreis. In een mysterieus Waldesgespräch combineert ze de verleiding en het beangstigende van de Lorelei. Haar vertellende kwaliteiten komen weer naar voor in Die Stille, samen met haar vocale glimlach. Ook hier smelt ik weg bij haar sensuele frasering of de fijn geciseleerde vertolking van Zwielicht.

De Jost-Dichterliebe zal voor mij in de eerste plaats een curiositeit blijven, maar de allerlaatste opname van Stella Doufexis is er één om te koesteren en te blijven herbeluisteren.

Publicatie: maandag 12 augustus 2019 @ 18:18
Rubriek: CD's