Il Grand' Inquisitor

Christian Gerhaher - Frage

Twee jaar geleden begon Matthias Goerne aan een Schumann-editie. Christian Gerhaher en Gerold Huber zijn nu ook gestart met een project om alle Schumann-liederen op te nemen. Voor de vrouwen- en meerstemmige liederen zullen er nog andere zangers bij komen, maar op de eerste CD "Frage" krijgen we enkel Gerhaher en Huber te horen.

illustratieDe titel verwijst naar het negende lied, Frage, van de Kerner-Lieder Opus 35, ongetwijfeld de minst populaire cyclus uit het magische liedjaar 1840. Gerhaher maakt er één groot geheel van. Na een stormachtige Lust der Sturmnacht is Stirb, Lieb' und Freud' het cruciale lied. Gerhaher zingt het met hemelse melismen... maar de tederheid waarmee hij het lied beleeft, geeft ons een haast voyeuristische inkijk in een scène die misschien privé zou moeten blijven. De drie daarop volgende liederen - Wanderlied, Erstes Grün en Sehnsucht nach der Waldgegend - zijn een logisch gevolg daarvan: verlatenheid naar analogie met de Winterreise-Wanderer. Auf das Trinkglas eines verstorbenen Freundes kan soms wat saai klinken, maar Gerhaher maakt er een treffende scène van. Door zijn zang zie je hem in een herberg zitten, de maan schijnt door het venster, met een leeg glas voor hem. Hij klinkt lichtjes aangeschoten.

Het ontwaken in het begin van Wanderung is weer de logica zelve. In Stille Liebe keren we terug naar zijn "Herzgeliebte" van het tweede lied. De stuwende piano van Huber in Stille Tränen is de drijvende kracht voor het opbouwen van spanning... een laatste maal voor de vergetelheid de bovenhand krijgt in de twee laatste liederen, Wer machte dich so krank? en Alte Laute. Als je de redenering van Gerhaher volgt, dan is het geen toeval dat een dertiende Kerner-lied Trost im Gesang ondergebracht werd in het rest-Opus 142 samen met de twee Heine-liederen die Dichterliebe niet gehaald hebben. Met twaalf liederen vormen de Kerner-Lieder een halve Winterreise, aldus Gerhaher.

In een volledige Schumann-editie komen uiteraard ook minder bekende liederen terecht, zoals de "Drei Gesänge" Opus 83 uit 1850 of de "Sechs Gesänge" Opus 107 uit 1851. Alhoewel ze gewoonlijk niet als een cyclus beschouwd worden, ziet Gerhaher ze toch als mini-cyclus zoals hij in het programmaboekje en in een YouTube-filmpje toelicht... zelfs al is er geen eenheid van dichter. In Opus 107 valt meteen zijn natuurlijke voordracht op in Herzeleid of Die Fensterscheibe, wat hem zo uniek maakt als liedzanger. Ook in Im Wald vertrouwt hij 100% op de zeggingskracht van het woord en maakt hij expressieve accenten overbodig in bijvoorbeeld "und ich bin so allein voll Pein". Der Einsiedler is pure emotieloze ontroering van een strofisch lied dat aanleunt bij Schuberts Nachtstück-sfeer.

Ik had uiteraard niets anders verwacht, maar Gerhaher heeft hiermee weer een geniale opname afgeleverd die me doet uitkijken naar de volgende delen van zijn Schumann-editie.

Publicatie: donderdag 1 augustus 2019 @ 19:16
Rubriek: CD's