Il Grand' Inquisitor

Christoph Prégardien in Schwarzenberg

Deze namiddag kregen we een klassiek liedrecital met Schumann en Schubert. De protagonisten waren Christoph Prégardien en Michael Gees.

illustratie
(foto © Schubertiade)

Voor het Schumanngedeelte hadden ze de Kerner-Lieder uitgekozen: de laatste cyclus uit Schumanns liedjaar 1840 en de eerste na zijn huwelijk met Clara. Deze cyclus is niet zo populair als zijn andere cycli uit 1840, maar hij biedt wel alle mogelijkheden voor expressieve vertolkingen waar Prégardien niet voor terugschrikt. Dramatischere liederen als het Wanderlied brachten hem aan zijn vocale grens, maar daar stonden heel wat andere pareltjes tegenover.

Eén van de eerste hoogtepunten is al meteen het tweede lied Stirb, Lieb' und Freud'. Na een reeks beschrijvende strofen, eindigt Prégardien met een intieme vertolking van het persoonlijke gebed van de man die afscheid neemt van zijn geliefde. Ook Stille Liebe wordt gekenmerkt door lange legatolijnen en mooi mezza voce. Stille Tränen kent een meesterlijke opbouw van quasi-niets tot een fortissimo "... Schmerz", perfect gedoseerd en met een stuwende intensiteit die nooit geforceerd klinkt. Maar het zijn de twee slotliederen, op exact dezelfde muziek, die voor de apotheose zorgen. Prégardien zingt Wer machte Dich so krank? volledig piano, en na een riedeltje van Gees - "Hörst du den Vogel singen ?" - volgt een volledig pianissimo Alte Laute.

Michael Gees is een wat eigenzinnige pianist enn wat hij allemaal doet, is niet altijd even mooi. Hij produceert vaak een metaalachtige klank en laat akkoorden teveel door elkaar lopen waardoor zijn pianospel wazig wordt. Hij heeft ook de neiging om noten soms vroegtijdig terug te nemen, waardoor een stotterend effect ontstaat. Sommigen zullen dit misschien mooi vinden, ik erger me er soms aan. Gelukkig liet hij zich veel minder tot dergelijke extravaganties verleiden in het Schubertgedeelte na de pauze.

Toevallig was dit hetzelfde programma dat Prégardien en Daniel Heide een maand eerder op het Liedfestival Zeist gebracht hadden, maar dat daar spectaculair de mist ingegaan is. Deze keer gaat alles wel goed. Het programma is een collectie afscheidsliederen. Soms heel letterlijk zoals het Abschied uit Schwanengesang of het Goethelied Willkommen und Abschied. Bij Nachtstück neemt de oude man afscheid van het leven, Prégardien zingt het slotdeel met een mooie ronde stem. En An mein Herz gaat, zoals alle Schulze-liederen, over het afscheid van de gestorven verloofde.

Der Einsame lijkt niet meteen in het rijtje te passen, tenzij je je voorstelt dat deze man zich afgekeerd heeft van de "Schwarm der lauten Welt". Prégardien geeft een uitzonderlijke vertolking, die bijna volledig uitgeacteerd wordt en waarbij ook visueel accenten gelegd worden. Tenslotte moet Die Mutter Erde nog eens vermeld worden. Het is een onbekend, maar daarom niet minder mooi, lied dat nooit opgevoerd werd, maar dat ik dit jaar al drie of vier keer gehoord heb. Ook bij Schubert bestaan blijkbaar modeverschijnselen... Hoe dan ook is het een prachtig lied met oorwormkwaliteiten en waarin de zanger kan scoren met mooi legato.

Het enthousiaste publiek liet hen niet zomaar gaan. Na het Rellstab-Ständchen als eerste bisnummer, keerden ze terug naar Schumann met Mondnacht en Mit Myrthen und Rosen.

Publicatie: maandag 24 juni 2019 @ 19:52
Rubriek: Liedrecital