Il Grand' Inquisitor

Thomas Hampson in Schwarzenberg

Het is al heel lang geleden dat ik Thomas Hampson nog in Schwarzenberg gehoord heb. Zijn terugkeer met liederen van Mahler was echter een kapitale vergissing.

illustratie
(foto © Schubertiade)

Dat vorig liedrecital dateert van 2003 en dat was toen ook met Mahler-liederen en dat was toen ook met Wolfram Rieger aan de piano. Na zijn defenestratie een paar maanden later heeft het meer dan 10 jaar geduurd eer de Schubertiade hem weer uitgenodigd heeft: eerst in Hohenems, nu terug in Schwarzenberg (vorig jaar heeft hij hier ook een Meisterkurs gegeven). Dat recital van 2003 staat in mijn geheugen gegrift als een van de beste recitals die ik ooit gehoord heb. Hampson was toen 47 en op het toppunt van zijn vocaal kunnen. Nu is hij, wel... 16 jaar ouder en ligt zijn stem in duigen.

Zijn programma vandaag bestond hoofdzakelijk uit liederen uit Des Knaben Wunderhorn. Na Ablösung im Sommer volgden een reeks dialoogliederen. Op zich doet hij een goede poging om de verschillende karakters vocaal anders in te kleuren... nu ja, kleuren ? In de eerste strofe van Verlor'ne Müh' begint hij zowaar te blaten. Aangezien er "Lämmer" in voorkomen, ga ik ervan uit dat het intentioneel was. De mannelijke repliek - "Närrisches Dinterle..." - zou dan weer van baron Ochs kunnen komen. Maar in Trost im Unglück kan hij niet langer verhelen dat hij geen stem meer heeft. Hij heeft nog pakweg een kwint aan goede noten, alles daarbuiten is ofwel onhoorbaar in de diepte, of wordt geroepen in de hoogte.

En dan moesten de Kindertotenlieder nog komen. Bij momenten klonken die meer als Kurt Weill dan als Mahler. Zeer pijnlijk. Na de pauze zou hij nog meer Wunderhorn-liederen zingen, maar ik verkoos om de herinnering aan 2003 in ere te houden...

Publicatie: maandag 24 juni 2019 @ 8:18
Rubriek: Liedrecital