Il Grand' Inquisitor

Graham Johnson in Zeist

De bijna legendarische lecture-recitals van Graham Johnson hebben nu ook Zeist bereikt. Voor de vocale illustraties waren twee Oostenrijkse zangers van de partij: de mezzo Sophie Rennert en de bariton Wolfgang Resch.

illustratie

Vandaag ging het over "Schubert on the world stage". Vorig jaar heeft hij iets gelijkaardigs gedaan tijdens de Heidelberger LiedAkademie tijdens een als master class vermomd lecture recital. Maar dit onderwerp past uiteraard ook perfect in het "Invitation au voyage"-thema van het Liedfestival.

Het is niet dat Schubert zo'n grote reiziger was, maar Italië zit wel vaak in zijn liederen. Dat was meteen ook het eerste hoofdstuk van Johnsons rondreis. De lessen van Salieri zitten daar uiteraard voor iets tussen voor wat zijn eerste liederen betreft, zoals Des Mädchens Klage of de doorlopende melodieën van Gretchen am Spinnrade. Maar zelfs Die schöne Müllerin, met tenorvehikels als Der Neugierige, nodigen Italiaanse tenors uit om zich aan het lied te wagen... niet altijd met evenveel succes, dixit Graham Johnson. De invloed van de populaire Rossini vond zijn beslag in de drie liederen (D.902) die hij voor de bas Luigi Lablache schreef. Daaruit zong Wolfgang Resch L'Incanto degli occhi, of zoals Johnson het omschrijft: "het mooiste Rossini-lied dat Rossini niet geschreven heeft".

Na het overlijden van Schubert probeerde Diabelli de liederen van Schubert ook in het buitenland te gelde te maken. Dat deed hij in de eerste plaats met de Schotse Ossian-ballades. En daarmee zijn we echt aan de reis van Schubert begonnen, weliswaar op een impliciete wijze via al de componisten die zich op een of andere wijze door Schubert hebben laten beïnvloeden of inspireren. Reeds in 1834 componeerde ene John Barnett zo Ossian's Glen op een tekst van Wordsworth, hier uitgevoerd door Sophie Rennert.

Via de Liszt-transcripties werd Schubert verder bekend in Europa, onder andere in Frankrijk waar de beroemde tenor Adolphe Nourrit een pleitbezorger bleek van Schuberts liederen (Chopin zou zelfs Die Gestirne op het orgel spelen tijdens Nourrits begrafenis). Uit die periode stammen letterlijk honderden Franse vertalingen van Pomey. Het was dan ook grappig om Les grillons te horen, alias Der Einsame. Daarbij kwamen we bij de rechtstreekse inspiratiebronnen. Het krekelthema uit dat lied is bijvoorbeeld de basis voor Bizets Le grillon. Dé melodieuze tegenhanger van Schubert was Gounod, met onder andere het bekende Où voulez-vous aller?. De oneindige modulaties van Stimme der Liebe inspireren dan weer Fauré tot Après un rêve.

illustratie

Daar waar de Franse "romance" beperkt moest blijven tot een partituur van twee pagina's, ontdekten de Franse componisten dat Schubert probleemloos ellenlange Schillerballaden op muziek kon zetten. Waardoor plotsklaps langere teksten van Victor Hugo ook in aanmerking kwamen. Bizets Adieux de l'hôtesse arabe werd als voorbeeld aangehaald en uiterst sensueel vertolkt door Sophie Rennert. In de twintigste eeuw kan Graham Johnson niet naast Poulenc... herinner zijn Poulenc-lezingen in deSingel. En dus vertelt hij hoe de 11-jarige Francis geëvacueerd werd uit Parijs na een overstroming van de Seine. Hij heeft dan meer dan een week elders doorgebracht waar toevallig een partituur van Winterreise lag. Het is volgens Johnson dan ook geen toeval dat we Die Nebensonnen terughoren in het Eluard-lied Tu vois le feu du soir, of dat Poulenc met Air romantique net dat gedicht van Moréas uitkoos omdat er een kraai in optreedt die sterke gelijkenissen vertoont met Die Krähe: "Et le corbeau toujours, d'un vol inexorable m'accompagnait sans rien changer à mon destin".

Voor het laatste deel, keerden we terug naar Groot-Brittanië, te beginnen met Arthur Sullivan... jawel die van de G&S-operettas. Hij reisde naar Wenen om in de kast van Ferdinand Schubert te gaan snuisteren - Johnson: "Those were the days" - op zoek naar de Rosamunde-muziek. Sophie Rennert zong de bekende Romanze en de aria The sun whose rays are all ablaze uit The Mikado, waarin Johnson een rechtstreekse invloed van Schubert opmerkt. Vanavond was trouwens de eerste keer dat ik Rennert hoorde en ze is een zangeres die ik wel eens in een echt liedrecital wil terughoren...

De bekendste "Engelse" Winterreise is Songs of Travel. De gedichten daarvan werden door Stevenson neergepend nadat hij Schuberts cyclus gehoord had en werden nadien van muziek voorzien door Ralph Vaughan Williams. De invloed van Winterreise blijkt uit het eerste lied The Vagabond dat identiek hetzelfde metrum heeft als Mut, waardoor je de tekst van Wilhelm Müller perfect kan zingen op de muziek van Vaughan Williams, wat Wolfgang Resch dan ook deed. Dat klonk bevreemdend maar was wel fantastisch mooi.

De avond werd uiteraard afgesloten met Britten, een inspiratiebron voor Graham Johnson en zelf ook een Schubertiaan... getuige de cyclus Winter Words, die we eerder tijdens het festival met Mark Padmore gehoord hebben. Het feit dat Britten in At day's close in November identiek dezelfde modulatie als in Gute Nacht gebruikt, is - wat mij betreft - een spielerei voor musicologen. Maar dat de begeleiding van Wagtail and Baby wel heel erg op die van Auf dem wasser zu singen lijkt, is onmiskenbaar... tenminste als je ze meteen na elkaar hoort. Het was me eergisteren eerlijk gezegd niet opgevallen.

Publicatie: maandag 20 mei 2019 @ 22:34
Rubriek: Liedrecital