Il Grand' Inquisitor

Verdi Requiem in het PSK

De dirigent Teodor Currentzis toert momenteel doorheen Europa en omstreken met Verdi's Messa da Requiem. Vandaag maakten ze een tussenstop in het PSK, dat voor de gelegenheid nog eens stampvol zat.

illustratie
Zarina Abaeva

Currentzis dirigeerde zijn orkest MusicAeterna en het koor van de Perm Opera. Het eerste dat opviel is dat het orkest recht staat terwijl ze spelen, en het tweede dat alle leden van het orkest en het koor identiek gekleed zijn in een zwarte pijen.

Verdi wordt soms verweten dat hij een opera-Requiem gecomponeerd heeft. Vanaf de eerste noot lijkt Currentzis die stelling te willen ontkrachten. Het pianississimo-begin kon amper stiller geklonken hebben. Ook het koor volgt hem daarin. Enkel voor de inzet van "... et lux perpetua" is er een klein aanzwellen van de klank, die snel terugkeert naar piano. Het is eigenlijk wat je van een dodenmis zou verwachten. Maar heel het openingskoor is exemplarisch voor Currentzis' benadering van het werk. Er zijn natuurlijk de fortissimo-momenten van het "Dies irae" en de speciale effecten tijdens het "Tuba mirum" als hij extra trompetten opstelt op het eerste balkon en ze zo in dialoog laat treden met de trompetten in het orkest. Maar het is het beheerste piano dat het grootste deel van de uitvoering domineert... de obligate GSM-begeleiding van het "Agnus Dei" niet te na gesproken.

Tijdens het "Kyrie" stellen de vier solisten zich voor. De Amerikaanse tenor René Barbera zet klein in, Tareq Nazmi laat een ronde en zwarte bas horen, bij Zarina Abaeva valt aanvankelijk haar Slavisch vibrato op, Hermine May zingt met een kleinschalige mezzo.

Het duurt even vooraleer de motor van Barbera echt aanslaat. Het "Ingemisco" wordt weggezongen zonder echt mezza voce en geen bijster mooi forte op het einde. Maar vanaf het "Hostias" zingt hij wel goed piano en met Verdiaanse italianità. Nazmi zingt "Confutatis maledictus" met een homogene cello-klank en een mooi legato. In zijn versie van het "Hostias" laat hij een iets betere triller horen dan zijn collega. De Roemeense mezzo blijft heel de opvoering de zwakke schakel van deze bezetting. Haar stem projecteert niet zoals je van een Verdi-mezzo zou mogen verwachten, de hoge noot van "Liber scriptus" zat niet helemaal juist en heel haar vertolking blijft aan de vlakke kant.

Haar stem harmonieert wel mooi met die van Abaeva, zoals bijvoorbeeld in "Recordare, Jesu pie". Abaeva is echter geboren om hoge zwevende noten te zingen, die prachtig uitstijgen boven het koor en orkest in het slot van het "Lacrymosa". Het paradestuk van de sopraan is uiteraard het "Libera me". Ze plukt weer zo'n hoge noot uit het niets bij "Requiem aeternam", maar het is hier ook dat ze tegen haar limieten botst en slechts moeilijk boven het tutti-orkest en -koor uitkomt zoals een grote spinto wel zou kunnen. Het Russische koor is wel indrukwekkend over de hele lijn. Niet alleen tijdens het openings-Requiem, maar ook als ze haast fluisterend aan het "Libera me" beginnen. En de klank van de bassen tijdens "Pie Jesu Domine" was om bij weg te smelten...

Publicatie: donderdag 28 maart 2019 @ 23:00
Rubriek: Oratorium