Il Grand' Inquisitor

Marx in London in Bonn

Karl Marx heeft een tijdje als student in Bonn gewoond. Dat was voldoende aanleiding voor de opera van Bonn om diens 200ste verjaardag te vieren met een creatie.

illustratie
Tussi, Marx (foto © Thilo Beu)

De opdracht werd toevertrouwd aan Jonathan Dove, de componist van Flight dat begin deze eeuw in de Vlaamse Opera opgevoerd werd. Marx in London werd een komedie om te vermijden dat het een saai marxistisch manifest zou worden.

De handeling omspant één dag - heel expliciet 14 augustus 1871 - in het leven van de familie Marx die op dat moment in London woonde. Het is "une folle journée" ala Mozarts Nozze. Het libretto is van de hand van Jürgen R. Weber, die het scenario bedacht, en Charles Hart, die alles op rijm zette. De opera bestaat uit twee bedrijven, die elk ongeveer een uur duren. David Parry, die ook al andere Dove-opera's creëerde, dirigeerde het Beethoven Orchester Bonn.

Voor wie zich in de muziek of het libretto wil verdiepen, de opera is uitgegeven bij Edition Peters en is online beschikbaar via het digitaal issuu-platform:

illustratie
Engels, Jenny, Helene (foto © Thilo Beu)

Het zal niet verbazen dat een opera over Karl Marx vooral over geld gaat... of het gebrek daaraan. Marx leeft een bourgeois leventje, maar zit ook in de schulden. Om die schulden af te betalen wordt zijn huisraad opgehaald en probeert hij het familiezilver van zijn vrouw Jenny te verpanden. Gelukkig is er zijn vriend Friedrich Engels om hem financieel te helpen. Die verhaallijn zorgt voor gegniffel als hij in de Red Lion Pub een anti-kapitalistische redevoering afsteekt in een wedstrijd met de Italiaanse anarchist Melanzane. Hij wint die wedstrijd en krijgt daarvoor een zak geld, die hij meteen uitdeelt in de pub.

De tweede verhaallijn inspireert zich op een ander element uit de Marx-biografie. Hij heeft bij zijn huismeid Helene Demuth een onwettig kind Freddy. Er ontstaat een liefdesgeschiedenis tussen Freddy en Eleanor "Tussi" Marx, Karls jongste Engelse dochter. Pas op het einde van de opera ontdekken ze dat ze halfbroer en -zuster zijn.

Zoals gewoonlijk bij Jonathan Dove heeft hij zeer toegankelijke, melodieuze, muziek gecomponeerd. Alhoewel het een komodie is, zijn het de serieuzere scènes die het sterkst zijn. In de eerste plaats het reeds vermelde woordduel met Melanzane uit het tweede bedrijf. Maar in het eerste bedrijf is er ook een droomscène van Marx in de British Library. Via het koor wordt zo zijn visioen op een vrije wereld overgebracht.

illustratie
slotscène "Look, Karl, look at the view" (foto © Thilo Beu)

Aangezien de librettist Jürgen R. Weber ook de regisseur is, krijgen we per definitie een correcte regie. Hank Irwin Kittel was verantwoordelijk voor zowel de 19de eeuwse kostuums als voor een indrukwekkend en efficiënt decor. De achterwand bestaat uit een industrieel gebouw waar arbeiders aan het werk zijn. Op het einde van de opera schuift die achterwand open als een blik op een betere toekomst. De andere scènes worden letterlijk binnengerold: onderstellen van treinwagons voor het huis van Marx, toogelementen voor de Pub, een bureau met daarrond een halve cirkel boeken voor de British Library, ...

Alle karakters worden tot in detail uitgetekend. Soms is dat karikaturaal zoals de Aziatische pandjesbaas in een steampunk-rolstoel. Een belangrijke rol is weggelegd voor "The Spy", een Pruisische spion die Karl Marx in de gaten houdt vanuit zijn zelfaangedreven zeppelin. David Fischer begint met een stralende tenor de opera: "Fourteenth August, Eighteen Seventy-One. Surveillance Begun. Suspicious actions: None." Het zet meteen de toon. Elk van zijn verschijningen zijn leuke intermezzi.

Na zijn Oberst Chabert kruipt Mark Morouse in de huid en baard van Karl Marx. Hij geeft met zijn dramatische bariton een indrukwekkende vertolking, waarbij ook een aantal hogere noten overtuigen. Yannick-Muriel Noah is minder overtuigend als zijn vrouw Jenny, haar Engels is even onverstaanbaar als haar Duits. Het jonge koppel krijgt met "You are an original young lady" het mooiste duet van de opera. Christian Georg zingt Freddy met een mooie lyrische tenor. Maar het is Marie Heeschen die als Tussi de hoofdvogel afschiet. Ze zingt niet alleen een onmogelijke stratosferische partituur, maar blijft altijd verstaanbaar en legt daarbij ook nog expressie in haar lichte lyrische sopraan.

Samengevat: een zeer geslaagde creatie, zowel op scenisch als muzikaal vlak, die ongetwijfeld snel zijn weg naar andere operahuizen zal vinden... net zoals Flight.

Publicatie: zaterdag 29 december 2018 @ 10:45
Rubriek: Opera