Il Grand' Inquisitor

Macbeth in Luik

De Luikse Opéra sluit het seizoen af met Macbeth in een nieuwe productie van Stefano Mazzonis di Pralafera. Paolo Arrivabeni dirigeert de gebruikelijke "Franse" versie, inclusief het totaal overbodig heksenballet, maar wel met het slot van de eerste versie.

illustratie
Macbeth, Lady Macbeth

Die originele versie uit 1847 eindigt met Macbeths sterfaria "Mal per me che m'affidai". Dat kan dramaturgisch interessant zijn, maar in dit geval wordt het nogal knullig geënsceneerd. Macbeth verdwijnt dood van het podium en komt nadien nog even terug het podium opgestrompeld om te sterven. Ik vind het ook niet meteen Verdi's meest geniale stukje partituur.

Mazzonis wil de opera ook brengen als een soort schaakpartij. Tijdens de ouverture wordt een schaakbord op het podium geprojecteerd en verschijnen de witte schaakstukken rond koning Duncan en uiteraard staan de zwarte stukken rond de zwarte koning en koningin van Macbeth en zijn Lady. Ook dit zou interessant kunnen zijn, maar voor de rest van de voorstelling wordt er niet veel meer mee gedaan. Enkel tijdens de slaapwandelscène wordt het nog even opgevist als Lady Macbeth over het schaakbord dwaalt terwijl één voor één de vakjes oplichten... al was de synchronisatie nog niet helemaal goed in de premièrevoorstelling gisteren. Ook mooi was het idee om de heksen een spinnenweb te laten weven waarin, tijdens hun tweede scène, Macbeth letterlijk gevangen wordt. Voor de rest geeft Mazzonis vooral alle ruimte aan de zangers om aan de rand van het podium te gaan staan en hun ding te doen.

In het geval van de Lady Macbeth van Tatiana Serjan klinkt dat vrij indrukwekkend. Vooral haar slaapwandelscène is spectaculair goed met een mooie donkere dramatische stem en de nodige piano's. Haar briefscène - de brief wordt trouwens door luidsprekers voorgelezen door, ik denk, de regisseur - is echter minder overtuigend. Haar topnoten lijken uit een ander doosje te komen en klinken mager. De coloraturen van de aansluitende cabaletta waren dan weer slordig. Die beperkingen maken haar brindisi bij momenten tot een pijnlijke bedoening.

Naast haar staat Leo Nucci als Macbeth. Hij heeft ooit eens verklaard dat hij zijn repertoire zou beperken tot vaderrollen, waartoe Macbeth uiteraard niet behoord, maar vocaal is Macbeth uiteraard niet zo verschillend als een Rigoletto of een Nabucco. Hij kan nog grotendeels overtuigen, zoals in de scène met de Lady na de moord op Duncan. Maar zijn legato is niet altijd meer wat het zou moeten zijn en op aangehouden forte noten begint zijn vibrato wel heel breed te worden - zelfs naar mijn normen - zoals bijvoorbeeld bij het einde van zijn grote aria "Pietà, rispetto, amore", dat meer als strijdaria klinkt.

Bij de iets kleinere rollen zong Giacomo Prestia de rol van Banco met zijn machtige bas en gaf hij een prachtige vertolking van "Come dal ciel precipita". Gabriele Mangione bracht veel staal in "Ah, la paterna mano" van Macduff.

Publicatie: woensdag 13 juni 2018 @ 15:29
Rubriek: Opera