Il Grand' Inquisitor

Lohengrin in de Munt (1/2)

Na bijna 30 jaar programmeert de Munt weer een Lohengrin. Olivier Py is, na Dialogues des Carmélites, voor de tweede keer dit seizoen te gast als regisseur. Alain Altinoglu stond in de orkestbak.

illustratie
(foto © Baus)

Olivier Py vond het nodig om bij het begin van de voorstelling even op het podium te komen om zijn "concept" toe te lichten. Het komt betuttelend over (hij heeft trouwens een lang artikel in het programmaboek geschreven dat zou moeten volstaan) en het is een garantie op boegeroep op het einde van de voorstelling toen hij kwam groeten... en er waren zelfs reacties tijdens zijn uiteenzetting.

De belangrijkste vraag van de 20ste eeuw is volgens hem of het nazisme zijn oorsprong vond in de Duitse romantiek. We zullen er maar vanuit gaan dat de vraag stellen ze ook beantwoorden is. Wagner is misschien wel de meeste iconische romantische Duitse componist, die tevens anti-semitische geschriften op zijn naam heeft staan en wiens muziek gerecupereerd werd door de nazi's. Maar het gaat me te ver om dan meteen een deterministische boog te spannen van Schlegel en Caspar David Friedrich naar de Endlösung en Paul Celan... uit wiens concentratiekampgedicht Todesfuge - "Der Tod ist ein Meister aus Deutschland" - teksten verschijnen op het decor.

Het is niet zo dat het de zoveelste Wagner=Hitler-enscenering geworden is en er gestapo-figuren over het podium marcheren of vlaggen met hakenkruisen in het decor wapperen. Als je even abstractie maakt van Py's toelichting is het een productie die stilistisch niet zo heel veel verschilt van zijn andere ensceneringen van grote opera's. Net zoals bijvoorbeeld voor Les Huguenots of Hamlet heeft Pierre-André Weitz weer gezorgd voor een groots decor: in dit geval is het een kapotgeschoten theater op een draaiplatform, met uiteraard veel zwart en grijs. Gottfried wordt tijdens het eerste bedrijf door Ortrud vermoord. De zwaan is een hoopje pluimen dat door Lohengrin weggeblazen wordt. De strijd met Telramund is een schaakspel terwijl een witte en zwarte knokploeg op de achtergrond met elkaar op de vuist gaan. De koorregie is zo goed als onbestaande. De koorleden zitten vaak verspreid over de drie-hoge loges. Het doet een beetje denken aan de Amsterdamse Audi-productie, maar de koorklank komt minder monumentaal over.

Ik hoorde gisteren de tweede bezetting, die me slechts matig kon overtuigen. Oorspronkelijk zou Joseph Kaiser Lohengrin zingen. Los van het feit dat ik me hem niet als Lohengrin kan voorstellen, werd hij vervangen door de Amerikaanse tenor Bryan Register. Zijn stemkleur neigt naar een jonge Heldentenor met een betrouwbare hoogte, en hij zorgt voor mooie pianomomenten, die soms iets te croonerig klinken. Halverwege het tweede bedrijf dacht ik even dat hij tegen een muur liep, maar hij wist zich te herpakken. Maar hij kon nooit echt voor veel opwinding zorgen. Hetzelfde geldt eigenlijk voor Meagan Miller die een zure vertolking gaf van Elsa's droom "Einsam in trüben Tagen". Gabor Bretz straalde ook weinig vocale autoriteit uit als Heinrich.

Bij het "zwarte" koppel wordt het interessanter. Sabine Hogrefe heeft een paar goede momenten als Ortrud. In het tweede bedrijf overtuigt ze als ze Elsa bewerkt. Haar kort bekentenismoment in het derde bedrijf is vooral een oorverdovend krijsfeest. De twee basbaritons waren, wat mij betreft, de sterren van de avond. Thomas Jesatko is een stevige en heerlijk zwarte Telramund. Werner Van Mechelen zong, weliswaar na een haperende start, een mooie Heerrufer met meer nuance dan men misschien in deze rol gewend is.

Publicatie: zaterdag 21 april 2018 @ 8:41
Rubriek: Opera