Il Grand' Inquisitor

Dietrich Henschel in de Munt

Vijf liederen voor en vijf liederen na de pauze was alles wat Dietrich Henschel gisteren zong in de Munt. Alles bij elkaar amper twintig minuten muziek... wat toch wel héél mager is voor een "liedrecital".

illustratie

Als aanvulling bij het recente tweeluik met onder andere Il prigioniero stond deze keer ook muziek van Luigi Dallapiccola op het programma met zijn Cinque canti per baritono e otto strumenti su poesie greche. Na de pauze werd dit aangevuld met de lyrischere Fünf neapolitanische Lieder van Henze, die me iets meer bevielen.

Dietrich Henschel werd begeleid door het Kamermuziekensemble van de Munt, dat tevens door hem geleid werd. Tegelijkertijd zingen en dirigeren lijkt me niet evident. Af en toe had ik dan ook de indruk dat Henschel soms meer aan het markeren was dan aan het zingen. Tijdens de Henze-liederen moest hij zelfs een lied hernemen... misschien ten gevolge van een concentratieprobleem om zijn aandacht over te veel dingen te verdelen ?

Deze twee liedgroepen werden aangevuld met meer muziek van Henze (de kamermuziekversie van zijn "Eerste symfonie") en Dallapiccola (de "Piccola musica notturna"). Als contrast begon en eindigde het concert met Johann Strauss. De bewerking van de ouverture van Die Fledermaus riep een leuke Weense Schrammelsfeer op. Als slot had Henschel zelf een bewerking gemaakt van "An der schönen blauen Donau". Ook hier was er een dominantie van de blazers, waardoor sommige delen meer als harmoniemuziek klonken. Hoe dan ook, er ging weinig sfeer uit van dit concert. Het herschikken van het podium na elk stuk, hielp ook niet echt om continuïteit in de avond te brengen.

Publicatie: dinsdag 13 februari 2018 @ 17:04
Rubriek: Liedrecital