Il Grand' Inquisitor

Dialogues des Carmélites in de Munt

Dialogues des Carmélites behoort tot het Franse standaardrepertoire van de twintigste eeuw. Het was dan ook verrassend om te ontdekken dat de opera niet meer opgevoerd werd in de Munt sinds de Belgische creatie in 1959. Maar met de productie van Olivier Py en onder de muzikale leiding van Alain Altinoglu brengt de Munt meteen één van de beste Muntproducties van de afgelopen tien jaar...

illustratie
Marquis de la Force, Blance de la Force (eerste bezetting) (foto © Baus)

Deze Py-productie was een paar jaar geleden al in Parijs te zien. Het is een prachtige productie die moeiteloos naast de Carsen-productie kan staan die in Amsterdam en bij de Vlaamse Opera te zien was. De Munt voorziet niet minder dan tien voorstellingen en heeft daar twee bezettingen voor geëngageerd. Ik hoorde gisteren de eerste bezetting, vorige week de tweede. De eerste bezetting is, wat de vrouwelijke hoofdrollen betreft, identiek aan die van Parijs.

Patricia Petibon zingt weer een doorleefde Blanche, met zo mogelijk nog meer kleur en expressie dan in Parijs. Bij momenten is het op het randje van de vocale overacting, maar ze is meeslepend van begin tot het einde. Daar tegenover staat Anne-Catherine Gillet. Ze heeft een iets lichtere sopraan. Haar vertolking is minder uitbundig dan die van Petibon, maar het is mogelijk één van haar beste vertolkingen tout court. Vooral haar afscheid van haar broer gaat door merg en been als ze haar einde al voorvoelt bij "Je suis une fille du Carmel qui va souffrir pour vous"...

illustratieVéronique Gens is op papier een ideale Madame Lidoine, maar er zat gisteren wat ruis op haar stem en ze kon me - net zoals in Parijs - niet helemaal overtuigen. De priores van de tweede bezetting, Marie-Adeline Henry, was de enige echt zwakke schakel in de twee bezettingen met bijvoorbeeld een openingspreek met veel gebrul en getier. Sophie Koch was weer een mooie en genuanceerde Mère Marie. Karine Deshayes was een stevige, meer zelfverzekerde Marie. In vergelijking met haar recent Munt-recital legde ze gelukkig veel meer expressiviteit aan de dag.

Sandrine Piau zou in Parijs Soeur Constance zingen, maar was ziek en liet zich vervangen. Gisteren was ze ook ziek, maar ze zong wel. Onder normale omstandigheden ben ik al geen fan van Piau, maar nu bleek ze opvallend goed bij stem te zijn en was ze een overtuigende Constance, net zoals Hendrickje Van Kerckhove in de andere bezetting. Sylvie Brunet-Grupposo was de eerste helft van de voorstellingenreeks ook ziek en werd toen vervangen door Sophie Pondjiclis als de oude Priores. Brunet is de meest expressieve van de twee en schakelt opvallend tussen al haar registers. Pondjiclis heeft ook een grote stem, maar klinkt iets afgeborstelder.

Wat de mannelijke kant van de bezetting betreft, is het altijd een plezier om de elegante bas van Nicolas Cavallier nog eens te horen als een warme en innemende Marquis de la Force. Stanislas de Barbeyrac is een van de rijzende Franse tenors. Zijn allerhoogste noot klinkt soms wat geforceerd, maar voor de rest zingt hij de Chevalier de la Force met een ronde en homogene stem.

Publicatie: woensdag 20 december 2017 @ 16:58
Rubriek: Opera