Il Grand' Inquisitor

Attila in Bonn

Sinds een paar jaar programmeert de opera van Bonn elk seizoen een vroege Verdi-opera. Vorig jaar was dat bijvoorbeeld Jérusalem, dit jaar brengen ze Attila. Het was opvallend dat ze de voorstelling speelden zonder pauze, waarschijnlijk om te vermijden dat de halve zaal het halverwege aftrapt...

illustratie
Ezio, Attila, Foresto, Odabella (foto © Thilo Beu)

Ik heb nog maar zelden een slechte productie van Dietrich W. Hilsdorf gezien... denk bijvoorbeeld aan zijn Walküre in Essen, Trittico in Duisburg, of Die lustigen Weiber in Düsseldorf. Maar wat hij met Attila gedaan heeft, is zeer teleurstellend. Misschien dat hij met zijn hoofd teveel in de voorbereiding van de Düsseldorfer Ring zit om iets zinnigs te bedenken. Het eenheidsdecor van Dieter Richter is de binnenkoer of een plein in een mediterraan stadje met gevels vol kogelgaten en bominslagen, waar soldaten in modern kostuum rondlopen... Srebrenica of zo. Af en toe gaat er een garagepoort open en komt er een kamer naar buiten gerold met een bed van houten paletten.

Tijdens de ouverture wordt op dat bed de onthoofding van Holofernes door Judith uitgebeeld, waarschijnlijk geïnspireerd op het schilderij van Gentileschi. Op zich is dat niet zo ver gezocht, Odabella verwijst ernaar in het eerste bedrijf: "Foresto, rammenti di Giuditta che salva Israele?". Het is dan ook geen verrassing dat ze in de slotscène Attila op dezelfde manier vermoordt. Dat is een duidelijke boog, de rest van de productie wordt best zo snel mogelijk vergeten.

Een dieptepunt is de Leo-scène. De paus wordt op een vorkheftruck binnengereden, tijdens de hele - overwegend statische - scène zit de chauffeur in een tijdschrift te bladeren en bier te drinken, waardoor hij alle aandacht naar zich trekt. Een klein meisje staat constant Attila uit te lachen. Een "bondage-girl" komt de slaapkamer binnen met een krokodil die aan één van de gevangenen begint te knabbelen.

Maar het grootste probleem van deze productie is hoe hij Attila voorstelt, namelijk als een kettingrokende zuiplap waar geen enkel gezag van uitgaat. Dat zou nog opgevangen kunnen worden met een grote Verdi-bas, maar Franz Hawlata heeft niet meteen het soort stem dat die autoriteit afdwingt. Als Jérusalem-Roger was hij bij momenten nog aanvaardbaar, maar zijn Attila heeft geen richting en hij zingt met een soort Sprechgesang dat het legato verstoort. Het grootste deel van "Mentre gonfiarsi l'anima parea" was redelijk, maar voor de droom-profetie van Leo - "Di flagellar l'incarco" - kan hij geen impact creëren.

Yannick-Muriel Noah was eerder een redelijk goede Aida in Essen, maar voor Odabella is toch wat meer nodig. Haar grote aria "Allor che i forti corrono" wordt ontsierd door een zwalpende intonatie en een veel te kleine stem. "Oh, nel fuggente nuvolo" was wel goed, met zowaar een mooie triller. George Oniani is een spinto-Foresto, die ooit een opwindende Manrico was, maar niet voldoende flexibiliteit heeft voor de toch iets lyrischere Foresto. Ivan Krutikov is een brullende Ezio, maar het publiek vond het fantastisch.

De vroege Verdi volgend seizoen is I due Foscari.

Publicatie: zondag 4 juni 2017 @ 9:42
Rubriek: Opera