Il Grand' Inquisitor

Capriccio in het Muntpaleis

Strauss' laatste opera Capriccio was voor mij een grote onbekende. Ik was me uiteraard wel bewust van het bestaan ervan, maar had hem nog nooit gehoord of gezien... tot gisteren met een briljante voorstelling in het Muntpaleis onder leiding van Lothar Koenigs.

illustratie
foto's © Bernd Uhlig

Mijn gevoelens over Strauss zijn welbekend. Maar net zoals die andere post-FroSch-opera Daphne, die de Munt een paar jaar geleden programmeerde, bevalt Capriccio me wel. Ik zou zelfs durven zeggen dat het de eerste Strauss-opera is die ik het beluisteren waard vind, samen misschien met zijn Ariadne. Een en ander heeft misschien te maken met het centrale thema: de eeuwige discussie of de muziek, dan wel de tekst het belangrijkste is. Een groot deel van de charme heeft ook te maken met de talloze tekstuele en muzikale verwijzingen en grapjes die Strauss in het werk gestoken heeft zoals in de zelden uitgevoerde liedcyclus Krämerspiegel.

Ook de regie van David Marton kon me zeer overtuigen. De opera begint atypisch met een strijksextet. Dat wordt gespeeld voor een gesloten doek, terwijl één enkele gloeilamp naar beneden daalt en boven de orkestbak blijft hangen. Zo simpel, zo poëtisch. Als het doek opengaat, zien we een dwarsdoorsnede van een theatertje - ontworpen door Christian Friedländer - met links het podium en onderpodium, centraal de orkestbak en rechts de zaal met een parterre en twee niveaus met loges. Op het podium begint de strijd tussen tekst en muziek, gepersonifieerd door de componist Flamand en de dichter Olivier. Daarbij is het een leuke vondst dat ze elkaars bewegingen spiegelen... al meteen een verwijzing naar de slotmonoloog van Gravin Madeleine.

illustratieDe enige minpuntjes van deze productie zijn de twee vrouwelijke protagonisten, die er niet in slagen om begrijpelijk Duits te zingen, wat me toch vrij essentieel lijkt voor een "Konversationstück". Van Sally Matthews had ik dat al verwacht na haar kort optreden tijdens het recent recital van Dietrich Henschel. Verder zijn er een paar twijfelachtige stemplaatsingen en wat gescoop. Ze zingt vooral mooi, maar laat zich niet betrappen op diepe interpretatieve inzichten. Min of meer hetzelfde geldt voor de Clairon van Charlotte Hellekant.

De voorstelling wordt dan ook gedragen door de mannen. In de eerste plaats is er natuurlijk de Graaf van Dietrich Henschel, die weer uitblinkt met zijn declamatorisch kracht tijdens het sonnet. Edgaras Montvidas zong Flamand met zijn stralende tenor. Lauri Vasar was een geëngageerde Olivier. Maar ik was nog het meest onder de indruk van Kristinn Sigmundsson als de theaterdirecteur La Roche. Met zijn prachtige bas situeert zijn voordracht zich ergens tussen een Hans Sachs en een Baron Ochs.

Alles bij elkaar behoort dit zeker bij één van beste producties die de Munt de afgelopen jaren gebracht heeft...

Publicatie: vrijdag 11 november 2016 @ 9:05
Rubriek: Opera