Il Grand' Inquisitor

Chovanshschina in Stuttgart

Chovanshchina ligt blijkbaar goed in de markt tegenwoordig. Na de Amsterdamse productie dit en die van Opera Vlaanderen vorig seizoen, herneemt de Opera van Stuttgart haar productie. Het is wel niet echt een publiekstrekker: de zaal bleef voor een derde leeg.

illustratie
foto © A.T. Schaefer

Regisseur Andrea Moses laat Mussorgsky's opera spelen in het moderne Moskou en in een veranderende maatschappij die aan het verwesteren is. Het geloof van de Oud-Gelovigen wordt verkapitaliseerd: op het profiel van de kathedraal staat reclame voor Coca-Cola met daarnaast het gezicht van Christus en de ondertekst "This is my blood", afgewisseld met McDonald's en "This is my body". Boven de scène hangt een kubus met videoschermen zoals men in sportstadions ziet, waar zowel live als opgenomen beelden te zien zijn.

Golitsyn woont in een sjiek appartement, letterlijk bovenop de macht van de Russische beer. Vorst Ivan zit nog vast in de pracht en praal van het oude Rusland en arriveert overal op een vliegtuigtrap, terwijl zijn zoon Andrei constant met een vodkafles over het podium zwabbert. Er valt allemaal wel iets voor te zeggen, maar het resulteert in een vrij sfeerloze enscenering.

De slotscène begint wel mooi. Dosifei, in zwarte soutane, staat voor het neergelaten brandgordijn en zingt zijn monoloog terwijl het koor de zaal binnenkomt op parterre-niveau. Dan wordt de muziek een paar minuten stilgelegd, want dat brandgordijn moet omhoog... en meteen is alle sfeer weg en moet terug opgebouwd worden terwijl het koor Oud-Gelovigen zich opmaakt voor hun collectieve zelfmoord (ze worden vergast met gas dat uit het Russisch-orthodox kruis komt). Er waren wel meer van dit soort onderbrekingen, maar geen enkele was zo irritant.

Op vocaal vlak zat het wel grotendeels goed. Ik had enkel problemen met de Dosifei van Mikhail Kazakov. Hij heeft een vrij heldere bas, terwijl ik toch iets meer zwart wil om zijn autoriteit beter in de verf te zetten. Hij brult ook meer dan hij zingt, soms op het hysterische af wat ook niet bevorderlijk is voor de rust die hij zou moeten uitstralen.

Dan had ik liever Ashley David Prewett gehoord in die rol, terwijl hij een perfect dreigende Shaklovity zong. Of waarom niet de fantastisch mooie bas van Askar Abdrazakov, die een uitstekende Vorst Ivan neerzette. Bij de tenors was Mati Turi een aanvaardbare Andrei, maar ik was verrast door de Golitsyn van Matthias Klink, wiens stem beter in dit repertoire thuishoort dan hoge lyrische partijen waarin we hem vroeger hoorden.

Maar wat mij betreft, was het weer de Marfa die de show stal. Ik heb Marina Prudenskaya vroeger een paar keer in Berlijn gehoord in het Rossini-repertoire. Toen was ze hoofdzakelijk een donkere alt. De lage noten heeft ze nog altijd, maar haar stem is lichter geworden zonder in te boeten aan homogeniteit. Daarenboven bezit ze dat ondefinieerbare waarmee ze elk moment kan ontroeren.

Publicatie: vrijdag 13 mei 2016 @ 9:12
Rubriek: Opera