Il Grand' Inquisitor

Marcus Ullmann in Hohenems

Adelwold und Emma is met 608 maten en een uitvoeringstijd van ongeveer een half uur het langste Schubertlied. De tenor Marcus Ullmann had de twijfelachtige eer om deze ballade te zingen tijdens de eerste helft van zijn recital. Hij werd begeleid door Martin Stadtfeld.

illustratie
foto © Schubertiade

De ballade, gebaseerd op de veertig strofen van ene Friedrich Anton Franz Bertrand, is een middeleeuws liefdesverhaal. De wees Adelwold wordt opgevoed in het gezin van een oude ridder. De ridder heeft een dochter Emma en uiteraard worden Adelwold en Emma verliefd op elkaar... tegen de zin van Emma's vader. Als hij Adelwold Emma ziet kussen, vervloekt hij hem. Adelwold trekt op kruistocht, Emma kwijnt weg. Als Adelwold terugkeert, stemt de vader toch in met het huwelijk om zijn dochter te redden.

Dietrich Fischer-Dieskau en Gerald Moore hebben Adelwold und Emma straal genegeerd in hun Schubertproject bij Deutsche Grammophon. De commentaren zijn meestal niet mals, maar voor Graham Johnson valt er toch veel te genieten in deze ballade en ze is dan ook opgenomen in zijn Hyperion-editie (en is ook beschikbaar in de naxos-editie). De tekst van Bertrand is niet altijd even transparant, maar hij biedt voldoende mogelijkheden voor een expressieve zanger. Er zijn weliswaar lange recitatiefachtige stukken, maar er zijn ook drie karakters die aan het woord komen - vergelijk het met Erlkönig - en ook lyrische en dramatische passages, onderbroken door interessante miniatuurtjes voor de piano.

Marcus Ullmann neemt zijn tijd om de ballade te zingen: met 36 minuten is hij beduidend trager dan de twee eerder vermelde opnames. Het is een onderhoudende uitvoering, waarbij hij voldoende varieert en de karakters tekent. Martin Stadtfeld is een exuberante pianist die voor extra textuur zorgt. Ullmann heeft wel technische problemen om op een betrouwbare manier in zijn hoog register te geraken en doet dat meestal met vrij veel kopstem.

Dat wordt iets problematischer in het eerste groepje met vroege Schubertliederen als hij de hoogste noten van Abendständchen. An Lina of Das Geheimnis kwakkelend zingt. Het flirtende Liebeständelei is daarentegen wel overtuigend charmant... net zoals het tweede groepje liederen met allemaal bekende liederen.

Hij lijkt wel een metamorfose te ondergaan voor de twee geniale Schulze-liederen Im Frühling en Lebensmut. Hij spint Nachtstück lang uit: hij zingt het traag, maar het voelt zo niet aan. En hij trekt die lijn door met Nacht und Träume: van begin tot einde met een mooi mezza voce. Met Die Taubenpost volgde nog één bisnummer.

Publicatie: vrijdag 6 mei 2016 @ 8:48
Rubriek: Liedrecital