Il Grand' Inquisitor

James Gilchrist in Oxford

In het tweede Schubert-Fauré-recital stond La bonne chanson centraal, Faurés meest complexe liedcyclus (dixit Graham Johnson), op gedichten van Paul Verlaine. De Britse tenor James Gilchrist koppelde de Fauré-liederen aan Hölty-liederen van Schubert. Anna Tilbrook was de pianist.

illustratie

De Schubert-liederen begonnen en eindigden met een maanlied, respectievelijk het eerder onbekende Klage an den Mond en An den Mond. Het Fauré-blok zou beginnen met Clair de lune, zodat op die manier een bruggetje gevormd werd.

Ik had hoge verwachtingen van James Gilchrist als liedzanger. Sommigen herinneren zich misschien nog zijn dramatische Evangelist in het PSK, ondertussen al tien jaar geleden. Als liedzanger zou ik hem eerder als een liedfluisteraar omschrijven... met een wollige klank en vallende tonen die voor geen meter projecteren, zelfs niet in de bescheiden ruimte van de Holywell Music Room. Ik moest constant denken aan de - uiteraard foutieve - bewering van Anna Russell dat liederen bedacht werden "for singers with tremendous artistry but no voice"...

Hij zingt wél met een aanstekelijk enthousiasme waarmee hij de vreugde voor het liedgenre op het publiek kan overbrengen. Af en toe gebruikt hij wel zijn volle stem, bijvoorbeeld in Prison, één van de andere Verlaine-liederen. Op die momenten wens je gewoon dat hij altijd zo zou zingen, want er valt wel degelijk veel te beleven in zijn interpretatie.

Fauré schreef La bonne chanson toen hij smoorverliefd was op zijn toenmalige maitresse Emma Bardac, een zangeres aan wie hij de cyclus ook opdroeg en die hem ook zou creëren. Het is een cyclus van een geïdealiseerde liefde, toen Verlaine nog dacht verliefd te zijn op Mathilde in de tijd voor hij Rimbaud ontmoette...

De ongebreidelde vreugde van deze cyclus weet Gilchrist bij momenten wel op te roepen met een exuberante "Nous a réunis dans la joie" op het einde van J'allais par des chemins perfides of de stralende 100% tenor "car voici le soleil d'or" in Avant que tu ne t'en ailles. Heel mooi was ook hoe hij in J'ai presque peur, en vérité "vous" subtiel laat overgaan naar "te" in "que je vous aime, que je t'aime" of de zachte, tedere glimlach waarmee hij Donc, ce sera par un clair jour d'été afsluit met "et les regards paisibles des étoiles bienveillamment souriront aux époux". Het zijn dit soort details die het recital moesten redden, maar ik kan enkel dromen van wat het had kunnen zijn.

illustratieOp de middag was er het tweede pop-uprecital van het Festival in "The Divinity School" van de "Old Bodleian Library", mogelijk de meest spectaculaire locatie in Oxford waar je een concert kan geven.

De jonge Ierse sopraan Sinéad O'Kelly en de pianist Chad Vindin brachten er de twee Fêtes galantes-cycli van Debussy, ook op teksten van Verlaine. Vooraf en tussendoor werden andere gedichten van Verlaine voorgedragen. O'Kelly heeft een mooie, egale sopraan en ze zingt idiomatisch Frans. Ze beschikt ook over een goede diepte om bijvoorbeeld Le faune overtuigend te zingen. Haar opvallendste vertolking was echter Colloque sentimental waarbij de dialoog tussen de twee spookachtige geliefden treffend werd uitgebeeld, zowel vocaal als met haar gelaatsuitdrukking.

Publicatie: dinsdag 20 oktober 2015 @ 18:33
Rubriek: Liedrecital